terug naar: economie en loon, een handleiding of naar inhoud

koopkracht en loon                                                                                                                                5

Aan het eind van het geld is er teveel maand over. Wie voelt dat niet?

 

Toch, ieder jaar schreeuwen ondernemers en regering moord en brand over loonstijgingen.
De vaak veel hogere prijsinflatie wordt verzwegen. En dus niet bestreden.
En zeker niet gecompenseerd in het cao loon.

 

    bron:      cao loon:  (44-11 koopkracht cao 2011);
                  inflatie: cbs berekend voor lonen tot  € 35.000 / jaar

Inflatie = geldontwaarding = koopkrachtverlies.
De cao lonen werden vaker ingehaald door het koopkrachtverlies. (16 veroorzakers inflatie)
Zelfs tijdens de hoogconjunctuur in 2000 ging de koopkracht achteruit.
In 2004 en 2005 is heel veel ingeleverd. Door de loonbevriezing, zoals besloten door ondernemers, regering, FNV en CNV. 
(47 sociaal akkoord 2008)
Dat gebeurde na een heftige propaganda waarin getrukeerde voorspellingen werden gebruikt.
(29 voorspelling of volksverlakkerij)
Intussen verdubbelde de nettowinst vanaf 2000 tot en met 2011. (11 nettowinst in Nederland)

Wat aantoont dat er al die jaren ruimte genoeg was om de lonen verder te verhogen.
Maar loonsverhoging werd de werkenden niet gegund. Terwijl juist loonsverhoging de koopkracht vergroot. Verhoogde koopkracht voor de werkenden is noodzakelijk voor
èn eerlijker verdeling
van de welvaart
èn een duurzamere economie.
(9 waar komt de groei vandaan)

conclusie:  looneisen werden te laag gesteld


In 2007 ging voor het eerst in jaren de koopkracht weer vooruit, doordat de bondsleiding toen door de leden gedwongen werd de looneisen op te schroeven en doordat de inflatie meeviel.
Cao afhankelijken moeten dus hun tanden laten zien, zowel naar de baas als binnen de vakbond, anders gaat altijd koopkracht verloren.

In 2009 is de koopkracht vooruitgegaan doordat de WWpremie voor loontrekkenden door de regering op 0% was gezet. Op de korte termijn een sigaar uit eigen doos. Het gevolg was wel dat de WWpot eind 2010 leeg liep. Wat op de lange termijn het voorwendsel wordt om in de toekomst de WW verder te beknotten.

Grotere koopkracht in een bepaald jaar betekent daarom niet altijd dat er een goede cao is afgesloten. Zeker niet als de loonsom voor de werkgever hetzelfde blijft, want dan wordt er onvermijdelijk ingeteerd op premies voor pensioen- of andere sociale fondsen en de volksverzekeringen.
52 plundering volksverzekeringen)
Omgekeerd betekent een goed cao resultaat ook niet altijd dat het direkt besteedbaar inkomen evenveel toeneemt.

   bron:  cbs, Min SZ , AWVN, (34 cao eis en resultaat)

Wordt de geschetste achteruitgang in koopkracht overdreven? Was dat maar waar, allerlei studies bevestigen juist dit beeld:

             Oost-Europese migranten worden gemiddeld 22% onderbetaald (SCP november 2011)

             Het loonnivo verslechtert, vooral jongeren en migranten zijn daarvan het slachtoffer:
             In 1996 kreeg 10% van de werkenden minder dan 130% van het minimumloon betaald;
             in 2008 is dat al 18% van de beroepsbevolking: 1.400.000 mensen;
             Ook de arbeidsvoorwaarden gaan achteruit:
             1 op de 5 werkenden had in 2008 geen vast contract (FNV-Bondgenoten, november 2008)

 Door de loonbevriezing van 2003 tot 2005 zijn de jeugdlonen op 11% achterstand
             gezet. (FNVjong okt.2010)

 Tussen 1981 en 2005 is het reële loon in Nederland met -33,4% achteruit gegaan.
             In dat cijfer is de cao verbetering verrekend met de inflatie.
             (studie Europese Commissie, november 2007)

             Over 2004 en 2005 is het besteedbaar inkomen met 5% achteruit gegaan.
             (CBS juni 2006)

           
 Koopkracht ging van 2001 naar 2005 volgens CBS achteruit met: –6,6%
          
  (CBS juli 2005)

             Uit een FNV onderzoek blijkt dat voor werkenden onder de 30 jaar de koopkracht
             achteruitging met –15% in de 5 jaar van 2001 tot 2006     (FNV, januari 2006)

             Koopkracht vooruitgang in 20 jaar van 1977 tot 1997 volgens CPB:
             + 2,5%       voor modaal cao inkomen: (
24.000),
             -10   %       voor minima                               (CPB, augustus 1997)

 Koopkracht voor de gemiddelde cao werkende, volgens CBS:
             + 1,6% in 15 jaar van 1980 tot 1995    (CBS, augustus 1997)

             Koopkracht voor de gemiddelde cao volgens Eurostat:
             +0,2% in 20 jaar van 1981 op 2000     (Eurostat, 2002)

Bij cao onderhandelingen weegt heel zwaar wat de regering verwacht van hoe in het lopend en komend jaar de inflatie zal uitvallen. Deze consumenten prijs index -CPI- verdoezelt de echte prijsinflatie. Want voor mensen met een cao loon gaat het om het vrij besteedbare bedrag aan de eerste levensbehoeften. Daarvan moet een inschatting worden gemaakt voor koopkracht berekeningen.
(43-1 staatsvakbond of vrije vakbeweging)


Het onbruikbare van de CPI is, dat veel relevante zaken niet worden meegerekend:  
geen belastingen; geen accijnzen; geen energie; geen premies op ziekenfondsverzekering geen pensioenpremie; geen woonkosten; weinig eerste levensbehoeften zoals voeding; 
en nog een heel pak uitzonderingen. Wel veel duurzame artikelen die hooguit om de paar jaar worden aangeschaft.
De werkelijke prijsinflatie is dus veel hoger
.
 
Juist de laagste inkomens merken een veel groter koopkrachtverlies dan de CPI index aangeeft.

De Europese inflatie statistiek HICP komt tot andere uitkomsten, maar heeft ook weer andere beperkingen. Bijvoorbeeld worden de lasten voor koophuizen niet meegerekend.

Vanaf januari 2003 verslechterde het CBS de inflatieberekening nog verder: 
Voortaan worden de prijsveranderingen met 2000 vergeleken. Sinds die tijd duurder geworden artikelen zoals de eerste levensbehoeften groenten, aardappelen en vlees worden voortaan minder meegerekend. Goedkoper geworden zaken zoals telefonie en vliegreizen gaan zwaarder wegen. Met deze truc daalde de inflatie voor 2001 met 0,3%; in 2002 met 0,1%; in 2003 met 0,2%.
Handig, op het moment dat de regering de lonen onder de inflatie wilde houden, werd de berekening van de inflatie in die richting aangepast.

Het CBS klaagde in 2003 veel werk te hebben aan het bestrijden van verkeerd inflatiegevoelDat gevoel zou gebaseerd zijn op vooroordeel en nog eens aangewakkerd worden door opruiende artikelen.
 

Wees eerlijk, wie kan er in de toekomst kijken? Achteraf is de ontwikkeling volgens het CBS ook altijd anders verlopen. (47 sociaal akkoord 2009, cpb ongeloofwaardig)
De koopkrachtontwikkeling wordt tevoren doelbewust veel te gunstig voorgesteld, want de regeringsverwachtingen gaan uit van de politieke wens de loonstijging onder de prijsstijgingen te houden.
(27 cao ronde 2012)

De dubbele bodem is dat bij de gestelde looneisen een te lage CPI voorspelling een hoge koopkracht suggereert en zo de inzet van cao onderhandelingen verzwakt.    

              Werkenden en hun vakorganisaties moeten daarom een looneis berekenen
                    los van wat  regering en ondernemers voorspiegelen.
             Juist omdat zij andere belangen hebben bij de economie.

De regering is eind 2008 heel grote risico’s aangegaan met de volle en gedeeltelijke nationaliseringen van banken en verzekeringsmaatschappijen. (58 krediet chaos) 

In 2011 zijn weer nieuwe schulden aangegaan om banken en internationaal opererende speculanten tevreden te stellen. (58-1 Griekse tragedie)

Daaroverheen zijn door de regering nog veel hogere garanties afgegeven, die voor de staatsschuld rampzalig uitpakken zodra ze moeten worden ingelost.

 

Hierom worden in 2012 werkenden en uitkeringsgerechtigden gedwongen de buikriem aan te halen.
De  ontregeling van de kredietverschaffing wordt in alle sektoren door iedere werkgever -ondernemers  zowel als regering- als voorwendsel aangegrepen om te snijden in de arbeidsvoorwaarden. Dat noemen ze dan eerlijk delen.

Op die manier dekken ondernemers, beleggers en speculanten met hulp van de regering hun belang af ten koste van de Nederlandse economie. (27 cao ronde 2012)

 

Belangrijke veranderingen in koopkracht:

2013
Korting op aanvullend pensioen 2% tot 7%. In het geval het om een aanvulling gaat op een even hoge
niet geïndexeerde AOW uitkering en inflatie, tesamen een koopkrachtverlies van 5%.


2012

De loondruk gaat toenemen door het vervangen van vaste contracten door tijdelijke contracten voor

slechtere voorwaarden (40 verslaafd aan loonmatiging) en het vervangen van recht op uitkering door werkplicht
(61 bestaansminimum)

Door bezuinigingen, kortingen en loonmaatregelen gaat koopkracht in 2012 achteruit met 3% tot 5%.
CPB sept 2011: alleenverdiener tussen € 28.000 en € 56.000 gaat 2¼% achteruit in koopkracht.
Verhoging van het eigen risico in de zorg leidt tot
½% koopkrachtverlies.
Koopkracht van pensioenen is al een paar jaar achtergebleven bij de loonontwikkeling,
pensioenfondsen die niet indexeren veroorzaken met de inflatie tot 5% koopkrachtverlies.
(48 pensioenroof)
Nicis & Ecorys: de stapeleffecten kunnen voor uitkeringsgerechtigden uitkomen op koopkrachtverlies tot aan -50%
Alleenstaande moeder met uitkering van € 10.000 komt onder het bestaansminimum terecht.


ga door naar: (11 nettowinst in Nederland)                                                                                                   jan.12