terug naar: economie en loon, een handleiding of naar inhoud

werkgevers en centraal akkoord                                                                      24

organiseren
De langdurige stakingsaktie van schoonmakers -begin 2010- zat Hans Simons als voorman van de schoonmaakbedrijven behoorlijk dwars. Wat betreft arbeidsvoorwaarden weigerden zijn opdrachtgevers maandenlang te praten over iets anders dan hun eigen decreet. Daarom kwamen schoonmakers op allerlei werkplekken in het land in aktie. Zij richtten zich daarbij ook zelf tot hun bazen en lieten zich niet per definitie vertegenwoordigen door de bond.

Hans -voormalig PvdA coryfee, ex wethouder in Rotterdam en ex staatssecretaris gezondheidszorg- wijt de maandenlange akties van de schoonmakers niet aan de onwil van zijn opdrachtgevers, maar aan de nieuwe ledenwerf kampanje van Bondgenoten. Een verdraaiing van de werkelijkheid. Want juist omdat schoonmaakbedrijven hun mensen zwaar onderbetalen, kwam de bond eindelijk naar de werkenden toe. Alsof dit een nieuw inzicht betrof, noemde men dat  binnen de bond ‘organiseren op de werkplek’.


          Is het arrogantie, is het autisme, dit soort managers gedraagt zich sociaal gestoord:

weigert te begrijpen dat in een democratie de rekensom van de manager geen wet is;

weigert te begrijpen dat de arbeidsverhoudingen zwaar verstoord zijn als personeel met een
          werkstaking overleg moet afdwingen;

weigert te begrijpen dat voor een werkzame oplossing personeel en managers samen tot
          overeenstemming moeten komen;

weigert te praten met gewoon personeel, uit minachting en angst voor opgekropte woede.


 

Ook VNO, de belangenorganisatie voor ondernemers toont zich bezorgd. Grotere  mondigheid bij het personeel kan er toe leiden dat de mensen zich niet meer door de vakcentrales binnen de perken laten houden. Daar houdt het VNO niet van. Deze lobby organisatie, opgericht om alle overheden permanent onder druk te houden, ging dus in de aanval.

Joep Rats -directeur sociale zaken bij VNO/NCW - schoot dus beroepshalve uit z’n slof. Op 17 mei 2010 drukte Het Financieele Dagblad een interview met hem af. Daarin onthult hij verrassend het zeer bedenkelijk democratisch gehalte van het VNO.

centraal overleg
VNO werkgevers hebben er volgens Joep helemaal geen bezwaar tegen dat vakbondsvertegenwoordigers eindelijk weer eens structureel de mensen in het bedrijf opzoeken. Heel goed zelfs. Want dan kunnen de zorgen en problemen die bij het personeel leven met de afdeling HR besproken worden.
Maar het VNO vindt dat het bezoek onder de schoonmakers op agitatie uitliep. De organizers van de bond zijn spelbrekers. Ze maakten personeel mondig. Personeel riep tot organisatie op en stelde op eigen houtje eisen voor verbetering van de arbeidsomstandigheden en -voorwaarden.
Dit aanzetten tot aktie van het personeel naar de baas toe, dat gaat het VNO echt veel te ver. Daarom verdenkt VNO kleine radicale groepen ervan dat ze de toon hebben gezet en dat de vakbond zich daardoor onder druk liet zetten.

O zeker, zegt Joep, een sterke vakbond is gewenst. Maar dan eist VNO wel een moderne vakbond, die dus netjes een gesprek aanvraagt bij de bedrijfsleiding om samen tot een regeling te komen. Een vakbond die vervolgens ook kan garanderen dat haar leden zich aan dat akkoord houden. Dat is volgens het VNO de bedoeling van centraal overleg. En anders hoeft het niet voor het VNO.


           Dus: als er problemen zijn:

·        moeten die direkt gemeld  worden in het centraal overleg,

·        het VNO zal dan welwillend overwegen of het opportuun is daar wat aan te doen,

·        vervolgens zal worden bekeken of er mogelijkheden zijn,

·        binnen dat kader is misschien een oplossing bereikbaar, als ook het personeel wat inschikkelijker is.
               Zo hoort het te gaan.


Klinkt allemaal heel bestuurlijk en heel beheerst. Betekent alleen wel dat het VNO op voorhand de grenzen bepaalt waarbinnen het personeel zich heeft te voegen.

De erkende vakcentrales hebben zich inmiddels al 65 jaar als ondergeschikte voetveeg laten gebruiken. In dat proces zijn de bonden financieel afhankelijk gemaakt. (43 vakbondstientje) Binnen deze machtsverhouding legt het VNO de werkverhoudingen op en de vakcentrales houden als volgzame uitvoerders de achterban in bedwang. De vakbondsleiders die zich ideologisch lieten plat praten zijn geëerd als helden van het polderoverleg.
Dat opeenvolgende bestuurders van de vakcentrales deze verkrachting van het democratisch recht op organisatie accepteren en nog slaafs volgen ook, is čn een gebrek aan zelfrespekt čn gebrek aan respekt voor de vakbondsleden.

guerrilla-tactieken
Volgens Joep Rats bleek bij de akties van de schoonmakers dat kleine radicale groepen veel aandacht trokken en dat de vakcentrale FNV door hen onder druk is gezet. Joep noemt dat een guerrilla tactiek, zoiets vinden zijn bazen helemaal niet netjes. Bij het AOW debat in 2009 was die druk volgens hem ook al te bespeuren. De vakbeweging, gesteund door radicalen, bleef tegen verhogingvan de AOW leeftijd, terwijl de meerderheid van de bevolking de onvermijdelijkheid allang inzag, weet Joep te vertellen.
        
(47 stilzwijgend sociaal akkoord 2010)

          Onderzoek zou dit gelijk van het VNO bewijzen. Alsof de uitslag van een 
          opinieonderzoek bepalend kan te zijn voor de besluitvorming in dit land. Dan
          neem je zelfs onze parlementaire democratie niet eens serieus. Zo’n
          opinieonderzoek is immers makkelijk te manipuleren met publiciteitskampanjes.
          Tenslotte hebben de media al jarenlang laten weten dat de AOW leeftijd met
          twee jaar verlaat moet worden.
(48 pensioenroof) 

Het VNO wil geen actie en geen gedoe, zegt Joep. Arbeidsonrust is absoluut ongewenst. Daarom eist hij dat vakbonden meewerken aan structurele oplossingen voor problemen die de bedrijven signaleren. Maar de guerrilla tactieken van radicale groepen staan zulk sociaaloverleg tussen VNO en vakcentrales in de weg. VNO vraagt zich daarom af hoe ze met zulke radicale groepen moet omgaan, want de vakbeweging mag niet vervallen in extremisme.
 


        Een van de eigenaren van Hanos reed in april 2010 met zijn auto in op

 
      vakbondsvertegenwoordigers die bij het personeel kwamen praten over de
        arbeidsomstandigheden.


Mooi gezegd en ook makkelijk voor het VNO. Want zolang zij ten opzichte van de vakcentrales de bovenliggende partij is, bepaalt zij allang ook de voorwaarden.

De werkelijke extremist is het VNO zelf, dat wel tegenspraak toestaat, maar
tegelijkertijd het personeel verbiedt zelf voor haar rechten op te komen.
Heel hypokriet, want VNO als lobby organisatie doet zelf nooit anders.
Daarbij hanteert het VNO graag een valse voorstelling van zaken over bijvoorbeeld:
          het concurrentievermogen (32 concurrentie positie),
         
het loonnivo
(27 nieuwe cao ronde),
          de noodzaak tot het verslechteren van arbeidsvoorwaarden (17 stelen van het personeel),
          het winstvermogen (14 hoe winstgevend is Nederland),
          en de economische toestand (26 misbruik).

En VNO leden misdragen zich systematisch in het arbeidsvoorwaardenoverleg. Tonen geen enkel respekt voor hun personeel. (XXVI loondruk 2009), (XXVIII eerlijk delen)

corporatisme

Het VNO wenst geen georganiseerd en mondig personeel, dat op z’n rechten staat. Gewenst worden schaapachtige, volgzame loonslaven, die zich afhankelijk opstellen en zich dus laten onderbetalen tot op de rand van het bestaansminimum. Zover is het nog niet, daarom worden zolang de vakcentrales als gespreksvoerende buffers tussen de werkenden en bedrijfsleidingen ingeschoven. Als tegenprestatie wordt van de leiding van de vakcentrales geëist dat ze hun leden in bedwang houden.

Dit is het verkrachten van het democratische recht op vrije organisatie, daaronder het recht op een onafhankelijke vakbond. Vakbonden zijn opgericht om het gezamenlijk belang van de werkenden te behartigen. Daarom hoort een bondsbestuur principieel naar de leden te luisteren en in opdracht van die leden op te treden. Zeker nooit de leden in het gareel te trappen in opdracht van de baas.
(59 concurrentie op arbeidsvoorwaarden)

Het VNO vertegenwoordigt alleen en uitsluitend het belang van ondernemers en hun financiers. De winst op hun geďnvesteerd vermogen moet steeds hoger, hoe dan ook. Dat  kan alleen ten koste van de armoede van anderen. (14 hoe winstgevend is de Nederlandse economie)
Daarbij schromen die  ondernemers en hun managers niet zichzelf veel hoger te waarderen dan degenen die het echte werk voor hen moeten opknappen.
(20 moeilijk doen over loon)


   Voor het VNO staan in mei 2010 minstens vier zaken op de agenda:
   ·        vakbonden afhouden van het aktiemodel in de schoonmaak;
  
·        verhogen van de druk om de pensioenen te verschralen;
   ·        verwatering van het ontslagrecht;
  
·        loonmatiging.

Ondertussen beseft het VNO natuurlijk best dat het belang van haar achterban lijnrecht tegenover het belang van hun personeel staat. Juist daarom ontkent het VNO de politiek-economische tegenstelling en stelt haar eigen belangen voor als het enige en dus algemene belang. Precies daarom ook is het  VNO tegen iedere politieke mobilisatie van hardwerkende mensen die hun rechten opeisen.

Personeel dat vreedzaam, maar beslist een rechtvaardiger deel van de welvaart opeist, en aandringt op een menselijker behandeling, keert zich daarmee onvermijdelijk vroeg of laat tegen de belangen die het VNO verdedigt. Daarom worden zelfbewust optredende mensen door het VNO als extremist afgeschilderd

conclusie:
       
 ·        het democratisch gehalte van het VNO ligt op een
                   jammerlijk laag nivo
       
 ·        politieke aktie door mondig personeel voor betere
                   voorwaarden loont altijd

De grote vraag blijft:
         of het VNO zich ooit tot een democratische organisatie gaat omvormen en aarbij čn
een vrije vakbeweging čn het stakingsrecht accepteert;
         ňf dat het VNO blijft streven naar een staatsvorm waarin haar achterban ongestoord
z’n gang kan gaan en gevrijwaard wordt van iedere maatschappelijke verantwoordelijkheid.
(XXIII naar een toekomst die loont)

juli-10

Lees hieronder hoe het rollenspel tussen VNO en vakbeweging eerder verliep,
Of ga door naar (47 sociaal akkoord)

pensioen komt later

Op 31 september 2009 liep het SER overleg stuk over alternatieven voor het uitstel van de AOW leeftijd naar 67 jaar. (47 sociaal akkoord 2009)

voorspel
·        De regering is grote schulden aangegaan om de tegenslag voor beleggers in vooral de
      financiële sector te verzachten.
(58 krediet chaos) Om de daardoor ontstane grote
      staatsschuld omlaag te krijgen wil de regering de belastingen voor de hele bevolking
      verhogen en bezuinigen op alle voorzieningen, ook op het staatspensioen AOW.
      Maar, uit angst voor een zekere verkiezingsnederlaag, pas na de gemeenteraads-
      verkiezingen in 2010.
·        Ondernemers willen lagere loonkosten om daarmee de tijdelijke groeivertraging in
      omzet tijdens de kredietchaos vergoed te krijgen.
(bulletin XXVI loondruk  2009)
     
Naast de loonmatiging die ze in maart 2009 al binnenhaalden, willen ze ook af van de
      verplichting om bij te storten in de bedrijfspensioenfondsen die ze gezamenlijk met de
      bonden besturen
(48 pensioenroof). Ze proberen voor alle pensioenfondsen hun
      verantwoordelijkheid te beperken tot een vaste donatie per jaar.
     
Het VNO-NCW heeft dat al in 2007 laten weten, toen duidelijk werd dat de pensioenfondsen de
      werkgeverspremie niet blijven terugstorten zoals dat 10 jaar eerder nog vaak voorkwam.

Waarom zou de vakbeweging hieraan toegeven?
            Niet de werkenden zijn verantwoordelijk voor de financiële ontregelingen.
Maar tegen zijn alleen is niet genoeg.
Werknemers moeten wel een goede politieke strategie opzetten.


nadat we in maart hebben ingestemd met loonmatiging,
zijn we akkoord gegaan met een SER traject tot 1 oktober

 

inzet

De regering wil de AOW leeftijd verhogen om de staatskas te spekken met de al leeg
            gehaalde AOW-pot, die gevuld wordt door inhouding op het loon van de werkenden.

Ondernemers hebben zelf geen belang bij de AOW leeftijd. Hun belang is het om

minder premie te betalen aan het aanvullend bedrijfspensioen van hun personeel. Daarom willen ze de pensioengerechtigde leeftijd voor de bedrijfspensioenen met twee jaar verhogen. Dat scheelt ze 10% tot 15% op de loonkosten.  Pas eind september 2009 kreeg de FNV vakcentrale dat door.

De meeste kroon- en  toegevoegde leden in de SER zijn aangesteld omdat ze erom
            bekend staan ideologisch achter verhoging van de pensioenleeftijd voor AOW en
            bedrijfspensioen te staan.

Samen trekken ze op onder de strijdkreet dat de vergrijzing onbetaalbaar is. Wat ze bedoelen is dat regering en ondernemers hun verplichtingen voor de pensioenen opzeggen.

 

strategie

En zo stond de vakbeweging in de SER bij voorbaat helemaal alleen om haar alternatieven geaccepteerd te krijgen. Daarbij had de vakcentrale FNV in maart 2009 al loonmatiging doorgevoerd.

Als tegenprestatie deden de ondernemers niet meer dan een zachte en niet nagekomen toezegging om 80.000 stageplaatsen te leveren voor jongeren.

Daarmee zijn voor werknemers alle onderhandelingstroeven uit handen gegeven.

 

Voor het opbouwen van politieke druk om te voorkomen dat de tegenslagen voor aandeelhouders en ondernemers worden verhaald op werkenden en uitkeringsgerechtigden, had de FNV toen zes maanden tijd gereikt. Daarbij moet het vooral gaan om politieke druk buiten de SER te ontwikkelen. Dat kan altijd door de leden en achterban politiek te mobiliseren en een brede campagne voor behoud van de pensioenleeftijd te voeren. Aktie bereidheid genoeg.

Maar dat weigerde de leiding van de vakcentrales.

 

Erger nog, tijdens de onderhandelingen werd de ondernemers nog € 600 miljoen aan pensioenpremie kwijtgescholden. En er werd in toegestemd de AOW uitkering met 5% te korten voor ieder jaar dat vóór het 65e jaar gestopt wordt met werken. En de ondernemers blijven volhouden dat ze twee jaar loonmatiging hebben gekocht.

Zo is het belang van de werkenden verkwanseld.

 

volgzaam

Het probleem met de leiding van de vakcentrale FNV -en haar voorgangers- is dat ze vanaf 1946 altijd angstvallig binnen de politiek-ideologische grenzen bleef, zoals die gesteld zijn door de ondernemers en regering (43 vakbondstientje). Maar in de loonvorming zijn ondernemers en regering per definitie de politieke tegenstanders van de werkenden. De vakbondsleiding heeft deze knellende band nog nooit doorbroken. Terwijl het voor een vertegenwoordiger van de werknemers toch heel eenvoudig en politiek zeer effektief is om zelf de agenda te bepalen. Door de achterban te mobiliseren. Net zoals ondernemers en regering dat doen.

 

De leiding van de FNV vakcentrale laat zich vertegenwoordiger van de werknemers noemen. Haar politieke beperking is dat op financiële eisen van de kant van regering en ondernemers zij altijd bereid is te gaan schuiven binnen de loonsom van de werkenden. Met als argument: “Het moet toch ergens van betaald worden.”

Maar de economische werkelijkheid is veel breder dan alleen de lonen.

De opbrengst van de economische aktiviteit is loon en winst.

Het gaat om verdeling van de hele welvaart.

 


De nettowinst is in 14 jaar van 1994 tot 2008 met 240% toegenomen.

(11 nettowinst in Nederland)

Aan lonen en salarissen werd na 14 jaar slechts 41% meer uitgegeven.

(45 loonsomstijging)


Het kan niet zo zijn dat winst voor ondernemers en aandeelhouders onaantastbaar is, en alle tegenslag op de schouders van de werkenden wordt gelegd door de arbeidsvoorwaarden uit te kleden.

 

na september 2009

Loonkosten omlaag brengen is altijd en eeuwig het doel van ondernemers. Hoe dan ook.

Daarom weigerde VNO eind september 2009 verder te onderhandelen, omdat de regeringsplannen de ondernemers veel beter uitkomen. Zo maakte het opzeggen van het overleg in de SER de weg vrij voor de regering om haar oorspronkelijk bezuinigingsplan met verbreed draagvlak door te voeren.

 

Dat dit kon gebeuren had de FNV onderhandelingsdelegatie al een halfjaar eerder moeten bedenken. Maar in haar naďviteit werd ze overrompeld, noemde het opzeggen van de onderhandelingen ‘onbehoorlijk onder de economische omstandigheden’. Met die schijnvertoning verleent ze de werknemers een slechte dienst:

·         die hebben nu de economische voorwaarden te accepteren zoals die door ondernemers en regering worden bepaald;

·         met te bedelen om mee te mogen praten met ondernemers en regering, blijft voor de vakcentrale en in het verlengde daarvan de werknemers niet meer dan een ondergeschikte rol over. (27 cao ronde 2009)

 

Ondernemers en regering dienen de belangen van de werkenden te respekteren.     

daar is een zelfbewustere vakbeweging voor nodig,

die dat desnoods afdwingt

 

Nu is het aan de werknemers om zelf met hun bonden op te pakken wat de centrale heeft

laten liggen.

Zelf moeten we het initiatief nemen om de opgelegde loonmatiging van ons af te schudden.

 

                                                                                                                                                okt-09     

Lees hieronder hoe eerdere confrontaties tussen VNO en FNV verliepen,

Of ga door naar (47 sociaal akkoord)

 

werkgevers en centraal akkoord

Op 12 december 2006 besluit de SER dat er toch geen versoepeling van het ontslagrecht komt. Ondernemersvoorzitter Bernard Wientjes is laaiend. Op 17 december dreigt hij alle overleg met de vakcentrales te stoppen. Hij vindt het schandelijk dat op grond van het veranderd politieke klimaat de centrales niet meer meegaan in zijn wensen. Hij geeft de SER nog drie kansen hem tegemoet te komen. Dat is op de dossiers immigratie, globalisering en kernenergie. Anders hoeft het voor hem niet meer. Alsof wat hij wil, de politieke verhoudingen te boven gaat.

Onder druk van de leden had de vakcentrale FNV de looneis voor het cao seizoen 2007 al voor de tweede keer in korte tijd hoger moeten bijstellen. (27 cao ronde 2007)
Vlak voor de verkiezingen nog wel. En na die verkiezingen van november 2006 werd duidelijk dat het traditioneel hoge PvdA gehalte onder FNV leden verdwenen is. Het onverwacht grote verlies voor de PvdA en de gebleken brede voorkeur voor de SP onder vakbondsleden, betekende voor de leiding van de centrale dat ze de aansluiting bij de leden kwijt was.
Daarop besloot zij te stoppen met medewerking aan ontslagversoepeling, zoals de ondernemers dat binnen de SER al twee jaar proberen af te dwingen.

Ondernemers dreigen wel vaker ieder overleg in SER of Stichting van de Arbeid te stoppen. Volgens René Paas, voorzitter van het CNV, gebeurt dat zelfs ieder halfjaar. Het dreigement is ook nu weer ongeloofwaardig, want het is juist een ondernemersbelang om centrale afspraken te maken.  (57 cao en avv) VNO-NCW heeft dus kennelijk moeite te aanvaarden dat eind 2006 de politieke verhoudingen verschoven zijn. Dat is alles. De betekenis van lawaai rond centrale afspraken wordt hieronder beschreven aan de hand van een vergelijkbare ondernemerskampanje in 2003.

Ga door naar: 47 sociaal akkoord
of lees verder hoe eerdere conflicten in elkaar staken.

                                                                                                                                               dec-06

vakcentrales krijgen de rekening: 
ňf verder buigen, ňf barsten

Met de ondertekening van het jaarlijks sociaal akkoord kiezen de vakcentrales FNV en CNV ieder jaar voor verder buigen.  27 nieuwe cao ronde
Hoe komt dat toch?

Op 24 mei 2003 dreigde minister Aart Jan de Geus met een loonmaatregel.
Grote opwinding. Maar niet langer dan drie dagen. Reaktie van de FNV centrale: 
een loonstop afkondigen is niet aan de regering. Zoiets maken centrales en ondernemers onderling wel uit.

In juni 2003 lekte een vertrouwelijk advies uit van VNO-NCW.
De ondernemers club vindt dat niet alleen de bondsleden in een bedrijf, 
maar het hele personeel gesprekspartner is bij cao onderhandeling.
 
En dus over een akkoord moet mee stemmen.
Democratisch? Nou nee, want de ondernemer organiseert de raadpleging over zijn eigen onderhandelingsresultaat. Handig toch, nu de bonden leden verliezen binnen de bedrijven, zoals de centrales in de politiek?

Willen de ondernemers dan af van de centrale afspraken?
Onwaarschijnlijk. Want feitelijk waren de vakcentrales sinds 1945 eerst de uitvoerders en later de gevangenen van de ondernemers en andere werkgevers. 
En het Akkoord van Wassenaar legde de machtsverhouding nog eens vast, zoals die begin jaren 80 lag. Vooral die tussen VNO-NCW en de leiding van de FNV-centrale. Dit akkoord werd dan ook regelmatig vernieuwd. 
CNV, De Unie en aan ondernemerszijde LTO en MKB spelen nauwelijks een zelfstandige rol binnen SER of Stichting van de Arbeid.

Sommige bonden zijn inmiddels  financieel afhankelijk geworden van de huidige relatie tot ondernemers43 vakbondstientje  En daardoor politiek onmondig. 
Een zeer profijtelijke positie voor de ondernemers, toch?
Zouden ondernemers daar wel vanaf willen? Echt niet.


De centrale loonafspraken tussen werkgevers en  vakcentrales bieden zowel ondernemers als regering iedere keer minstens een jaar lang duidelijkheid over de arbeidskosten.

De centrale loonafspraken geven ondernemers de zekerheid dat ze binnen Nederland nauwelijks op loonkosten beconcurreerd kunnen worden.

VNO-NCW en de onderhandelaars van AWVN zijn altijd uit op steeds goedkopere
en flexibelere arbeidsverhoudingen. Niet in het belang van de cao afhankelijken.
Wel in het belang van de ondernemer. Vernieuwen en moderniseren noemen ze dat.
Maar waarom toch laten ze deze al eeuwen bekende strategie ‘uitlekken’?

Ogenschijnlijk gaat het Schraven alleen om de vaststelling dat de centrales het grootste deel van de werkenden toch niet vertegenwoordigen, dus gepasseerd kunnen worden. Maar er zit een dubbele bodem onder: de reacties op deze bewering zijn een test op de actuele machtsverhoudingen.

Twee soorten reacties kwamen van de centrales.
1.         niet reageren, daarmee erkenden ze dat ze een probleem hebben: 
            ze hebben geen mogelijkheid tot verzet. Ňf geen trek in politieke 
            konfrontatie. Het politiek resultaat is hetzelfde.
2.         een verdediging dat ze heel belangrijk zijn voor het handhaven van de 
            arbeidsvrede.

In beide gevallen kunnen de ondernemers dus verdergaande eisen stellen.
Zoals een loonstop voor twee jaar. Dat deden de ondernemers dus in de herfst van 2003.
In samenspel met de regering.

Regering en ondernemers legden in september een rookgordijn met diverse voorstellen,
snel na elkaar. Zoals een voorstel voor de 40-urige werkweek; inperken van de gezondheidszorg, WW en WAO; het zwaar belasten van vut premies en het onmogelijk maken van het prepensioen. Deze voorstellen waren slecht doordacht, want vooral bedoeld als wisselgeld bij onderhandelingen. 
Nodig om af te leiden van de hoofdzaak.

De centrales gingen zoals eerder uitgetest mee in het spel: veel media lawaai tegen het wisselgeld en weinig aandacht voor de loonstop. En dus haalden de ondernemers hun winst binnen: twee jaar loonstop.

 
Wijken voor druk van de ondernemers, leidt tot steeds
verder wijken.  
Daardoor zijn de sociaal akkoorden ieder jaar 
verder in het nadeel van cao afhankelijken.

Het doel van provocatieve, soms onzinnige ondernemers uitspraken is: 
1.      voorkomen van ongewenste eisen door de bonden 
2.      testen van de politieke sterkte van de centrales en
         hun achterban
3.      kortzichtigheid is ook mogelijk, want ondernemers zijn 
         geen eenheid, onderling bestaan er verschillen in strategie
         over hoe de arbeidskracht te paaien of te dwingen. 
Hoe, geeft niet, alleen het resultaat telt.

                                                                                                                                                nov-03

Eerdere speldeprikken maken duidelijk dat het testen van de politieke opstelling van de vakcentrale een steeds terugkerend proces is:

22 mei 2002
Na de verkiezingen in 2002 werd achteraf het regeringsbeleid ingevuld door 
de ondernemers.Naar voren gebracht door de topambtenaren binnen het Centraal Economisch Comité. Deze ambtenaren drongen er bij de nieuw te vormen regering op aan om € 8 tot 11 miljard over te hevelen naar de ondernemers.
FNV centrale, aangeslagen door de verkiezingsuitslag, laat het voorbij gaan.

Het Centraal Planbureau waarschuwt regelmatig dat de economische groei langzamer zal gaan dan dat ze zelf denkt. De media vertalen dat in ‘dat het slecht gaat’ met de economie.
Die voortdurende propaganda wordt door de FNV centrale niet tegengesproken, 
ondanks haar eigen onafhankelijk economische onderzoek.

5 augustus 2002
Jacques Schraven, voorzitter van de ondernemersvereniging VNO-NCW:
‘Ondernemers kunnen ook over cao en arbeidsvoorwaarden
onderhandelen zonder de bonden’.
Hij denkt aan regelingen 
met de OR en aan meer individuele contracten. Waarom? 
‘Omdat de ondernemer daar veel geld aan kan verdienen’, zegt hij in een interview met Het Financieele Dagblad. Schraven dreigt  dat de bond zich binnen ieder groot bedrijf eerst maar eens moet bewijzen. Anders heeft de bond geen toegang meer.
Tragisch is dat de leiding van de centrale FNV in 2002 daarop belooft  voortaan op te treden ‘in het belang van de Nederlandse economie en de concurrentiekracht’.
En waar is de belangenbehartiging van bijna 8 miljoen werkenden onder verruwende  arbeidsverhoudingen gebleven? Die werd niet meer genoemd.

In feite heeft het FNV allang haar verlies genomen met raam- en cafetaria-cao’s, 
waarbinnen bedrijven eigen cao’s  vastleggen. In dezelfde richting gaan de cao’s per bedrijf ter vervanging van bedrijfstak cao’s. En dan hebben we het nog niet eens over de bedrijven waar de ondernemer doodleuk de OR aanwijst en daarmee dan een cao afsluit.

14 augustus 2002
Politiek verantwoordelijke ministers uit de sociaal-economische zeshoek  weten het nu zeker: ‘De loonkosten in Nederland zijn te hoog’, zonder onderbouwing.

9 november 2002
minister Aart Jan de Geus probeert een loonmatiging voor meerdere jaren.

20 november 2002
Lodewijk de Waal namens FNV, en Jacques Schraven namens VNO-NCW  sluiten in het geheim bij een etentje een centraal akkoord, waarbij FNV  zijn looneis van 4% inslikt en garandeert dat er nergens meer dan 2,5%  gevraagd zal worden.

Dit scenario was niet echt verrassend, ook in 2001 werd het al gevolgd. 
Toen begon het met:

31 maart 2001:
Jacques Schraven:
'De Nederlandse concurrentie positie komt in gevaar bij loonstijging',
'Wij contracteren met vakcentrales waarvan we denken dat die invloed hebben op hun bonden. 
Of ze willen die invloed niet uitoefenen, of ze kunnen het niet. Als dat zo is, 
dan moeten we maar ophouden om centrale akkoorden af tespreken'

(interview in Het Financieele Dagblad)

 


Op gezette tijden krijgt de toegeeflijke FNV-centrale de rekening gepresenteerd:
Ňf nog verder buigen ňf gedumpt worden.
Gedumpt worden is heel vervelend, dus dan maar buigen.

Vervolgens krijg je een verklaring dat de FNV centrale zeer verantwoordelijk zal omgaan met de Nederlandse economie. 
De ondernemers weten dan dat de eerst volgende tijd hun voorwaarden wederom aanvaard zijn.

sociale partners

De sociaal economische politiek wordt in Nederland besloten in een schemergebied tussen adviezen van de Sociaal Economische Raad (SER) en deals tussen de zogeheten sociale partners binnen de Stichting van de Arbeid (Star). Aangevuld met allerlei andere informele en dus besloten overleggen.

In de Star zitten vertegenwoordigers van vakcentrales en van werkgeversverenigingen. Zij maken ieder zelf uit wie ze erbij willen hebben en wie niet. Zo komt het dat alleen erkende vakcentrales meepraten en andere niet. In de SER zitten dezelfde organisaties aangevuld met vertrouwelingen van de regering. De SER geeft de regering gevraagd en ongevraagd adviezen.

Niemand kan de economische ontwikkelingen plannen. Ook een regering heeft er eigenlijk nooit echt vat op. Na het afschaffen van de beperkingen op kapitaalbewegingen nog veel minder.
De SER en Star zijn bedoeld om de fundamenteel tegengestelde belangen tussen de bedrijven en de loonafhankelijken weg te poetsen. Deze instellingen zijn de instrumenten om de kosten van de arbeid te beheersen.
Het zijn restjes van het corporatistisch staatsbestel dat in de 40er jaren van de vorige eeuw werd uitgedokterd. Rond de laatste eeuwwisseling werd dit het poldermodel genoemd.
Kapitaalkosten worden in de SER of Star niet besproken, dat regelen bedrijven in direkt contact met hun banken en de toezichthouders op die banken.

Voor de grote bedrijven zijn deze instellingen van belang als drukmiddel om het regeringsbeleid in eigen voordeel bij te sturen. Voor ondernemers als geheel zijn het instrumenten om vooral de loonkosten zo laag mogelijk te houden. En om een min of meer gelijk speelveld op het loonfront te bewerkstelligen.
Zodra er deals rond de komende arbeidsvoorwaarden worden gesloten tussen vakcentrales, ondernemersvereniging en regering, heet zoiets een sociaal akkoord te zijn.

ga door naar (47 sociaal akkoord)

                                                                                                                                                                                              nov-01