terug naar: economie en loon, een handleiding of naar inhoud

concurrentie positie                                                                32

‘de concurrentie positie van de export is in gevaar’

En daarom moet en zal steeds weer loon gematigd worden.
Een eeuwig terugkerend stokpaardje van de AWVN, de organisatie die bij de helft van alle cao’s namens de ondernemers onderhandelt.
Toch, het is een drogreden.
Voorbeelden die aantonen dat de werkelijkheid anders is:

11
Omdat de $ vanaf 2006 snel in waarde daalt ten opzichte van de , wordt  beweerd dat de export positie van Nederland naar de knoppen gaat. Dat verhaal blijkt onzin.

eurostat april 2008:
Nederlandse export naar USA in 2007 + 8%
80% van de Nederlandse export blijft binnen de EU

cbs juni 2008:
Nederlandse export in het eerste kwartaal van 2008 (jaar op jaar) + 11%
                                                                                              naar USA  -    6%
                                   
                                                          buiten EU  +   7%
conclusie:
                de USA is niet bepalend voor de exportpositie van Nederland.

10
Zodra een land een handelsoverschot heeft, betekent dat dat er meer naar het buitenland geëxporteerd is dan dat er is ingevoerd.

Het handelsoverschot van Nederland:

Dit handelsoverschot groeit zelfs!
Dat betekent dat Nederland een stevige concurrentiepositie heeft.

De lage groei tussen 2002 en 2004 komt overeen met het lage nivo van de wereldhandel.
De helft van de groei vanaf 1999 betreft chemische produkten en voeding.

9
Uit een interview met Jos Linssen, jachtbouwer die zijn produktie rationaliseert en niet verplaatst (Hiswa Magazine jan2006):

Laat je niet gek maken door ‘lage-lonenlanden’. Produktie verplaatsen is doorgaans symptoombestrijding. Je innoveert niet, maar verplaatst een verouderde produktiemethode naar een ander land. De ervaring leert bovendien dat landen die nu goedkoop zijn, dat op termijn niet meer zijn. Het is een heilloze weg en absolute kapitaalvernietiging. Want: alleen op de korte termijn worden de variabele kosten omlaag gebracht. Op langere termijn zullen de loonkosten in de nieuwe produktielanden onvermijdelijk stijgen, door valuta aanpassingen en door de zich bewust wordende loonafhankelijken.

Voor een produktie waarbij de loonkosten zeg maar slechts 20% van de totale kosten bedragen, wegen de lagere loonkosten niet zo gauw op tegen de extra transportkosten, andere logistieke problemen en culturele verschillen.
Voor grote investeringen zijn het politieke klimaat –inclusief smeergelden-, de produktiviteit en de juridische bescherming van eigendom doorslaggevend.

8        Zodra de export in omvang afneemt wordt door ondernemers beweerd dat hoge lonen in Nederland daar schuldig aan zijn.
Ook in 2003 kregen we dat vaak te horen

 Toch, het is gewoon onzin.

Export gaat in omvang gelijk op en neer met het nivo van de wereldhandel.

ranglijst van exporterende landen

2003   2002        omvang in miljard $
            ________________________________

 
 2 





 

10

2
1
3
5
4
6
9
8
7
10

Duitsland
USA
Japan
China
Frankrijk
Engeland
Nederland
Italië 
Canada 
België 
748,4
724,0
471,9
438,4
384,7
303,9
293,4
290,2
272,1
254,6
                                 bron: Wereld Handelsorganisatie WTO 050404

Vergeleken bij andere Eurolanden is de export vanuit Nederland zelfs relatief   toegenomen. Tegen alle ondernemers propaganda in. Zo zie je maar wat hun kreten waard zijn.
 

7         
Onderzoekje van Erasmus concurrentie & innovatie monitor, juni 2008
Van de Nederlandse bedrijven is 85% ontevreden over naar het buitenland brengen van delen van hun produktie. Waarom?
              de cultuurverschillen zijn groter dan verwacht
              kennisoverdracht is lastig
              de kwaliteit van de samenwerking is laag
              de extra kosten werden zwaar onderschat
              te vaak werd al op korte termijn kosten voordeel verwacht

“de banen verdwijnen naar landen met lagere lonen” 
            Bangmakerij.
Altijd proberen bedrijven om de arbeid goedkoper in te kopen. Dat is niets nieuws.

  Er worden banen geëxporteerd, zeker.
Maar het financieel voordeel op korte termijn voor het bedrijf, heeft tegelijkertijd ook een kwalitatief nadeel.
Èn organisatorisch èn om het klanten bestand op lange termijn vast te houden.

 
Jacques van de Vall,
voorzitter Kamer van Koophandel Oost-Brabant, op de nieuwjaarsborrel 2004:

‘Eén vijfde van de Nederlandse toeleveranciers voor industrie haalt produktiebanen weer terug uit landen met goedkope valuta.’

Waarom?

lage kwaliteit van het produkt; 
problemen met de logistiek; 
lage betrouwbaarheid van levering;
veel communicatie problemen.

En wat zijn de voordelen voor produktie in- en serviceverlening vanuit Nederland?

efficiency hier is hoog
produktie lijnen zijn kort
distributie lijnen zijn kort
geen cultuur problemen
geen taal problemen

Zo zullen ook de grote banken er nog achter komen dat een klant in Nederland niet altijd vanuit India bediend kan worden.

Scheidend voorzitter Linse van VNCI stelt op 16 augustus 2004:
‘Bulkchemie verplaatsen naar China? Welnee, het is een regionale activiteit, transport over meer dan 1000 kilometer komt niet voor.’

6       macro economen vertelden pas een paar jaar later dat bij de invoering van de Euro, de gulden eigenlijk te laag werd gewaardeerd.

Door 6% tot 10% teveel aan guldens in de nieuwe euro te doen -dan dat die euro waard was- werden de loonkosten in Nederland ten opzichte van het buitenland evenveel verlaagd.
Zo werd de concurrentie kracht van de Nederlandse export gesubsidieerd zonder dat het de regering iets kostte.


1997 instapkoers ƒ in €1 
had moeten zijn
subsidie per €
gesubsidieerde exportpositie 

bron: H FD 240503-9   


ƒ2,20371
ƒ2,07 tot 2,00
0,13 tot 0,20 ct
6% tot 10%

Pas op 1 mei 2005 erkent minister Gerrit Zalm dat in de aanloop naar de omwisseling in 1999 bewust op deze truc is aangestuurd.
Zijn er nog ondernemers die blijven klagen over te weinig concurrentiekracht?
Aan de lonen ligt het niet, die zijn verlaagd ten opzichte van het buitenland.
Met klagen toont de ondernemer zijn gebrek aan innovatie.
 

5         Nederland is nog altijd een goed produktieland

  Belangrijke industriële exporteurs werd gevraagd wat hun problemen in Nederland zijn
   (Het Financieele Dagblad 200902).
  Aanleiding was de bewering van het Centraal Plan Buro dat vergeleken met de rest van
  Europa de groei van de export uit Nederland achteruit zou gaan.
  Ook de arbeidsproduktiviteit zou afnemen en de loonkosten zouden hier sneller stijgen
   (MEV 2003 p 27 ev).

De exporteurs:

  • loonkosten stijgen? ach ja, licht en beheerst, in het buitenland gebeurt dat net zo.

  • export positie? verbeterd.

  • arbeidsproduktiviteit? toegenomen.

Regering kan export steunen door:

  • inflatie beheersing: die is in Nederland in 2002 en 2003 ruim het dubbele van Europa

  • industriebeleid te gaan voeren, alle andere landen in Europa doen dat allang

  • innovatie subsidies moeten gericht toegekend worden, geen hobbyisme zoals nu

  • administratieve rompslomp moet teruggedrongen

  • beperkende wetten en regels moeten afgeschaft worden

enkele uitspraken:
Het zit niet in de lonen of loonmatiging.
Lastenverlichting? Maak maar een lijstje, aan kreten hebben we niks.
Jan Aalberts, Aalberts Industries 
(hoogwaardige technische toelevering)

      Onze marktpositie ten opzichte van de concurrenten is verbeterd.
      Over de arbeidsproduktiviteit hebben we niet te klagen.
     
woordvoerder Océ (kopieer machines) Venlo

      Lonen zijn niet alles bepalend voor de concurrentie positie.
     
Bert Hofstee, Smit Transformatoren, Nijmegen

      In algemene zin zijn we beslist niet duurder dan het buitenland.
     
We zien de arbeidsproduktiviteit almaar toenemen.
     
Kommer Damen, eigenaar Damen Shipyards, Gorkum

      Onze achterban haalt juist steeds meer business uit het buitenland.
      Hans van der Spek, Nevat (toeleverende industrie)

      Van de arbeidskosten bestaat 70% uit loonkosten, dat is al jaren zo.
      Duitsland stijgt veel harder en Engeland doet ook lekker mee.
      Wim van der Leegte, VDL Groep (transportsystemen) Eindhoven

      Loonmatiging ter versterking van exportpositie? Loonkosten belopen nog geen 10%.
      De exportpositie verbetert voortdurend, net als de arbeidsproduktiviteit.
      Joop Reintjes, Nefit Nederland (hoog rendementsketels)

conclusie:
Dat de export door het loonnivo in Nederland genekt wordt, is een sprookje.

4     lonen bedreigen de export positie?
        een simplistisch verhaal, want:

  • Bij export wordt vooral winst behaald door valuta voordeel, niet door lage arbeidskosten. Ruim 85% van de Nederlandse export blijft binnen het euro gebied, en  zolang de € in de valutahandel zwakker staat dan de $ beleven exportbedrijven naar het $-gebied gouden tijden. Al voor 1990 was dit het geval en in 2002 is dat nog steeds zo. Vanaf 1995 doet zich hetzelfde voor ten opzichte van het ₤-blok.

  • Een vaak vergeten Nederlands export produkt is kapitaal. Het rendement is afhankelijk van rente en het risico van verlies. Niet van loon.
    06 kapitaalinkomen en investeringen
    De Nederlandse export bestaat in volume voornamelijk uit doorvoer of doorhandel: dat wil zeggen dat vooral granen, vlees, kolen, ertsen, olieprodukten en chemicaliën binnen komen en het land weer uit gaan, nagenoeg zonder dat er in Nederland een bewerking aan is gedaan.

    42 werkgelegenheid

  • De weinige arbeidskosten zitten alleen in overslag en administratie.
    De export van aardgas uit Groningen beslaat in waarde een zeer groot deel van de totale export. Deze gaswinning biedt naar omvang nauwelijks werkgelegenheid, is dus ongevoelig voor loonkosten.

  •  Zomer 2001 bleek dat de prijs van de export veel sneller gestegen was dan op grond van loonstijging en BTW verhoging mogelijk kon zijn. De exporteurs hebben toen dus hun prijs verhoogd en winst genomen. Moeten ze niet achteraf op de lonen verhalen.
     
    (HFD 140701-4)

  • Toch bloeit ook de arbeidsintensieve Nederlandse industriële export, juist waar konsekwent in gespecialiseerde technische kennis en expertise geïnvesteerd wordt.

conclusie:
Export is heel verscheiden naar produkt, prijsmechanisme en markten. Om in zijn algemeenheid de loonkosten als belangrijkste bedreiging voor de export af te schilderen is kortzichtig, dom en heeft alleen propagandistische waarde.

dat export alleen mogelijk is door de lonen laag te houden, is wartaal.

  opmerkelijk is dat de loonkosten in Nederland zelfs lager liggen dan in de landen die als
      concurrent worden genoemd!
  • De voorzitter van ondernemers in de metaal FME A. Kraaijeveld (HFD 261101-3):
    ‘Loonkosten in de Nederlandse export industrie liggen 25% lager dan in Duitsland.’ En de cijfers van het CPB bevestigen dat. 

  • Het CPB levert ieder jaar cijferreeksen over de loonsomstijging in meerdere landen.
    Het blijkt dat sinds 1982 die stijging in Nederland achterligt bij de belangrijkste concurrerende landen!
    Heel vreemd dat het CPB ons in september 2002 wat anders wil laten geloven (MEV 2003 p 27 ev).

  • Achteraf blijkt de Nederlandse gulden voor een te lage waardering in de EMU te zijn opgenomen. Daardoor hadden Nederlandse exporteurs veel lagere loonkosten dan de andere EMU landen. En dus een groot voordeel in export mogelijkheden ten opzichte van de rest van Europa.  Dat werd in de 90er jaren stil gehouden.

  conclusie:
  Dat de concurrentiepositie van de export in gevaar komt door de
  loonontwikkeling, is een domme leugen.

voor CPB cijfers, kijk eens bij
39 winstgevendheid industrie   en
45 loonsom stijging

2       Hoezo afnemende concurrentiekracht?

Het International Institute for Management Development in Lausanne publiceert jaarlijks een lijst van landen op basis van meer dan honderd criteria, waarbij de USA als norm wordt gehanteerd.

meest concurrerende economieën 2009
 1 USA
 2 Hong Kong
 3 Singapore
 4 Zwitserland
 5 Denemarken
 6 Zweden
 7 Australië
 8 Canada
 9 Finland
10 Nederland

·         Grote Europese  economieën: Duitsland, Frankrijk, Engeland en Italië blijven op deze lijst ver achter bij Nederland. En dat is al vele jaren zo.
In tegenstelling tot wat de ondernemers ons willen laten geloven is de Nederlandse economie dus wel degelijk concurrerend vergeleken bij die van de grote buurlanden.

·         Het is heel anders dan wat de ondernemers vereniging AWVN en  Economische Zaken beweren: Nederland heeft juist een groot concurrentievermogen.
Nederland behoort nog altijd tot de top van concurrerende economieën.
Zeker binnen de EU,  waar 80% van de export wordt afgezet.

 

opmerkingen IMD in 2002:
·         De Nederlandse economie kan nooit op prijs concurreren, moet dat ook niet willen.
·         De Nederlandse economie moet op kwaliteit concurreren, en kan dat ook.
En zowaar: in 2006,  2007 en 2008 bleef de export doorgroeien, tegen alle propaganda in. Doordat in Nederland stevig werd geïnvesteerd in de industrie.

opmerking IMD in 2004:
·         Nederland gaat bestuurlijk hard achteruit.

conclusie:
       de export wordt hooguit bedreigd door een gebrek aan investeringen

Opmerkingen in IMD in 2009:
·         in Nederland ligt de productiviteit en efficiëntie heel hoog: op de derde positie.
·          uurlonen in de verwerkende industrie in Nederland liggen erg laag.


Ook al flippen beleidsmakers op dit soort lijstjes, de waarde blijft betrekkelijk.
De USA staat bijvoorbeeld altijd zeer hoog genoteerd, terwijl dat het land is met een jarenlang zeer hoge staatsschuld; een onwaarschijnlijk groot handelstekort; grote armoede onder een fors deel van de bevolking; een sappelende industrie; zwaar gesubsidieerde landbouw en gebrekkig financieel toezicht.
 

 

1     De concurrentiepositie van de Nederlandse export bestaat
        bij gratie van:
  • snelle transportroutes over zee, door de lucht en over land,
    met grote capaciteit
  • eenvoudige overslag
  • een open betalingsverkeer, geen enkele beperking
    aan kapitaalbewegingen

  Dit open handelssysteem heet vrijhandel. 
  Een gegeven van de Nederlandse economie. 
  Dat betekent dat ook binnen Nederland internationaal geconcurreerd moet worden, zeker
  bij het aantrekken van kapitaal.

  De binnenlands geproduceerde industriële en agrarische export van Nederland belopen
  in 2001 samen iets meer dan de helft van de totale export.

  Als de concurrentiepositie van deze export in Nederland wordt bedreigd, komt dat niet 
  door de loonkosten, maar door:

  • steeds problematischer inpassing van industrie en transport in dicht benut gebied
  • verscherpte milieueisen, waarvan de zeer grote vervuilers ontheffing krijgen
  • meer dan verdubbeling van de prijs voor agrarische grond in de acht jaar na 1993
  • snelle toename van de kapitaalintensiteit bij tuinbouw, veeteelt en visserij
  • overregulering en zelfs tegenstrijdige regelgeving voor de niet-monopolistische delen in zowel de agrarische kolom als bij de kleinschalige industriële produktie

  en bovenal door:

  • gebrek aan beroepsopleidingen: bedrijven investeren onvoldoende in vakopleiding, verwaarlozen dus vakkundig personeel te kweken
  • gebrek aan technische innovatie: noodzakelijke investeringen in produkt vernieuwing en de vernieuwing van transportsystemen blijven achter
     

ga verder naar: 45 loomsom stijging                                                                                                                    mei-2009