terug naar: economie en loon, een handleiding of naar inhoud
inflatie 33
inflatie = geldontwaarding = koopkrachtverlies
Binnen de Europese Unie lag de inflatie in 2001 op 2,4% in 2002 op 2,2%.
In Nederland kwam de inflatie in 2001 volgens Eurostat veel hoger op 5,2%.
Uiteindelijk gaf het CBS toe dat de Nederlandse winkelprijsverhoging in 2001 op 5,2%
uitkwam - pas in februari 2002 -.
In 2002 was de inflatie in Nederland volgens de Eurostat methode 3,9%CPB en CBS hanteren een consumenten prijs index CPI, weer lager dan het inflatiecijfer.
De prijscompensatie in veel cao's is afgeleid van deze CPI.
Het malle van die index is dat niet alle relevante zaken worden meegerekend:
geen belastingen of accijnzen; geen energie; geen premies op ziekenfondsverzekering of pensioen; wel veel duurzame artikelen die hooguit om de paar jaar worden aangeschaft; weinig voedsel en drank; en nog een heel pakketje uitzonderingen. 5 loon en koopkracht
Juist de laagste inkomens merken een veel groter koopkrachtverlies dan deze CPI index aangeeft. De cijfers van Eurostat geven daarom een beter beeld.
Over heel 2001 is het koopkrachtverlies 5,2%. Reden voor de vakbonden om de inzet bij cao onderhandelingen te verhogen, zou je denken.
Over 2002 is het koopkrachtverlies nog steeds 3,9%. Er is dus geen enkele reden om een looneis onder de 6% te accepteren. Veel hoger is zelfs redelijker, want:
1. de vier vette jaren hoogconjunctuur zijn al aan de cao
afhankelijken voorbij gegaan
02 verdeling van de groei of 37 economische groei EU landen
2. in de cao’s 2002 is stevig ingeleverd op loon.
44 -06 cao’s en eerder
3. kleine en grote managers hebben zichzelf wel tussen 7% tot 25%
per jaar meer uitbetaald in de laatste 8 jaar
20 moeilijk doen over meer loonconclusie:
een maximale looneis van 2,5% voor 2003 betekent alweer domweg inleveren
daarbovenop is een forse inhaalslag op het loonfront gerechtvaardigd en betaalbaar
11 nettowinst in Nederland
15 winst en loon
13 de schade vh Akkoord van WassenaarHet domme bij loononderhandelingen is dat niet alleen ondernemers en regering,
maar ook de vakbeweging voor het grootste deel uitgaat van voorspellingen.
Wat die voorspellingen voor Nederland in 2001 waard waren, is hieronder te zien.
Het CPB hield als enige vol dat het koopkrachtverlies in 2002 wel naar 2% zou teruglopen.
Dat moest ook wel: want anders gaf het CPB zelf aan dat de prijzen sneller stegen dan de cao lonen.
Wat weer bewijs zou zijn dat de cao lonen hard omhoog moesten.
Maar dat gaat in tegen ieder regeringsbeleid.
Dus moesten de vakcentrales geloven dat het koopkrachtverlies in 2001 en 2002 best mee zou vallen.
Niemand dus die de inflatie bestrijden wil. Want door koopkrachtverlies gaan de lonen achteruit en dus de loonkosten omlaag. Dat zien ondernemers best graag.
Het koopkrachtverlies is door alle voorspellers veel te laag gesteld.
Een cao eis baseer je toch niet op voorspellingen ?
16 veroorzakers inflatieHet Eurostat cijfer, HICP, berekend naar de maatstaf van de Europese Commissie komt het dichtst in de buurt van de werkelijkheid. Dus gebruikten we die.
En niet de CPI van het CPB die daarvoor het CBS als bron gebruikt, met alle beperkingen daarvan. Bovendien: het CPB produceert beleidnotities voor regering en ondernemers en doet geen onafhankelijk onderzoek.De hoge HICP in 2001 bleek gebaseerd op een berekening die uitging van het prijspeil in 1996. Maar vanaf 2006 hanteert het CBS voor de CPI en HICP berekeningen als maatstaf het prijspeil van 2005. En kijk eens, dan wijkt de HICP plotseling niet meer af van de CPI berekening. De hoge inflatie van 2001 is zomaar weggepoetst.
Cijferreeksen zijn dus niet zondermeer objectief. Zoals altijd: cijfers en cijferreeksen worden alleen gebruikt als ze bruikbaar zijn.
Voor de volledigheid: van 1996 tot 2006 is de inflatie volgens HICP 1996 22,5% geweest.
De volgende grafiek uit het verleden toont dat:
de hoogte van de inflatie geen vast gegeven is;
er in de 20e eeuw 3 periodes zijn geweest van langdurige hoge inflatie, juist in die
periodes voeren werkgevers gemakkelijk loonsverlaging door,
door geen volledige prijscompensatie te geven;er zijn ook perioden geweest dat de inflatie negatief was, in zo’n deflatie periode gaan
de binnenlandse prijzen omlaag, zoals in Japan tot 2005 jarenlang het geval was.
ga door naar: 41 inflatie bestrijding maart-09