|
staatsvakbond
of vrije vakbeweging
43-1
Al vele jaren
herkennen vakbondsleden zich niet in wat de vakcentrales in Den
Haag uitspoken. Het heeft weinig te maken met wat op de werkvloer
leeft. Invloed uitoefenen op vakcentrales is voor gewone
bondsleden uitgesloten. Natuurlijk heeft dat veel weerstand
opgeroepen. Onvermijdelijk dat het FNV vroeg of laat de conclusie
moest trekken de vakcentrale op te heffen. In december 2011
gebeurde dat.
De opkomende stroming in de vakbeweging wil zich juist
onafhankelijk opstellen van de bestaande verhoudingen binnen het
staatsbestel. Dat betekent de vrijheid opeisen om op te komen voor
het belang van de bondsleden en andere werkenden. En dan wel de
belangen zoals zij die zelf aangeven, dus niet gedicteerd door
baas of overheid.
vakcentrales
De vakcentrale
staat los van de bondsleden. Heel veel energie wordt gestoken in
het meepraten binnen de SER en Stichting van de Arbeid. Langs die
weg is er heel veel contact met vertegenwoordigers van de
ondernemerslobby, wetgeving voorbereidende ambtenaren en de media.
Kortom het hele Haagse circus. Daarbij is het contact met de
werkvloer vervangen door de voorstelling van zaken van uitgerekend
de tegenstanders van de belangen van werkenden.
(45
loonsom stijging)
Binnen de
Nederlandse overlegstructuur is de vakcentrale in haar opstelling
omgedraaid. Geen strijder voor de belangen van de werkenden, maar
het instrument om de werkenden koest te houden. Werkgevers
-ondernemers en overheid- sturen de vakcentrales aan om in hun
belang de arbeidsvrede te bewaren. Dat is de kern van het
poldermodel. Weinig stakingsdagen bij permanente loonmatiging
Toen de regering
in 2008 en 2009 de aandeelhouders en schuldeisers van banken
miljarden toestopte, met de bedoeling die weg te halen bij de
werkenden en uitkeringsgerechtigden, toen kwamen de vakcentrales
niet eens op het idee om dat plan te blokkeren.
(58
krediet chaos)
staatsvakbond
Een dieptepunt
voor de naoorlogse vakbeweging is geweest dat de vakcentrales
eisten dat aangesloten leden betere arbeidsvoorwaarden zouden
krijgen dan de niet-georganiseerden. Ondernemers waren daar niet
blij mee omdat ze de vakcentrales wensen te gebruiken als centraal
aanspreekpunt, dat onderhandelingen met alle niet-georganiseerden
overbodig maakt. Uiteindelijk hebben de vakcentrales zich vanaf
1966 laten afkopen met een betaling door de werkgever van
�10,-
per jaar voor ieder aangesloten lid. Hiermee heeft de vakbeweging
zich tot op de dag van vandaag financieel afhankelijk gemaakt van
haar tegenstander.
Een ander
dieptepunt is het Akkoord van Wassenaar geweest. Onder het mom van
behoud van werkgelegenheid is de FNV gezwicht voor de eis van de
ondernemerslobby VNO tot drastische loonmatiging.
(26
misbruik 2)
Dit Akkoord van
Wassenaar is al een paar keer herbevestigd door de vakcentrales.
Sinds die tijd slinkt het ledental bij de vakbeweging. Duidelijk
is dat werkenden meer verwachten van een vakbeweging dan de
uitverkoop van hun belangen.
Minder opgevallen
is dat de
vakcentrales ook op andere terreinen hun positie hebben opgegeven.
Langzamerhand hebben ze zich laten wegwerken uit het medebeheer
van de sociale verzekeringsfondsen zoals de WW en WAO.
(52 plundering volksverzekeringen)
bondsorganisatie
los van leden
Toch is dat niet
de regel. Cao onderhandelaars worden organisatorisch aangestuurd
door hun manager in de bondsorganisatie. Onderhandelaars zijn in
eerste instantie aan hem verantwoording verschuldigd. Er zijn
bestuurders die daardoor geen verantwoording afleggen aan de leden
op het bedrijf of in de sektor waarvoor die onderhandelaars heten
op te treden.
Bondsleden worden
bij deze manier van werken pas geraadpleegd zodra de cao
onderhandelaar door de bedrijfsdirectie voor paal is gezet. Op de
werkvloer voelen ze heel goed aan wanneer er pas gemobiliseerd
wordt zodra de onderhandelaar zijn eigen gelijk wil halen. Aktie
bereidheid is er alleen als het personeel vertrouwen heeft in de
inzet van de toegewezen cao-boer.
Binnen die
bestuurderscultuur kan het ook gebeuren dat een beginnende
bestuurder een ledenbijeenkomst uitschrijft voor het bedrijf dat
hij toegewezen heeft gekregen. Dat was daar in jaren niet gebeurd.
In zijn blog staat dat hij verbaasd stond over hoeveel kennis er
op de werkvloer is over de gang van zaken binnen het bedrijf, die
in de bondsorganisatie niet bekend is. Niet eens wordt
bijgehouden.
(46 cao loon blijft
achter bij betaalde lonen)
Vanuit de
werkorganisatie krijgen ervaren bondsleden vaak te horen dat het
streven naar verbetering van de arbeidsvoorwaarden, en de
voorgestelde middelen om dat desnoods af te dwingen, ouderwets en
achterhaald zijn.
Zulke burokratie
is contra-produktief voor een vakbeweging, want precies de
ervaring en het inzicht van de bondsleden op de werkvloer is de
enig juiste inspiratie om richting te geven aan het optreden van
de vakbond in de collectieve, dus politieke
belangenbehartiging. De mensen op de werkvloer weten
namelijk wat er leeft onder het personeel, breder nog dan alleen
de bondsleden. Zij weten ook wat het draagvlak is voor eventuele
akties. Zij zijn de politieke voelsprieten van de vakbeweging.
Tekenend voor de
vervreemding op het bondskantoor van de basis van de vakbeweging
is dat toen in 2011 het verschil van
inzicht met de vakcentrale
FNV speelde, het bondspersoneel bij
één van de oppositionele
bonden zich tegen de politieke lijn van de eigen bondsraad
uitsprak en alsnog excuses van die bondsraad aan de leiding van de
vakcentrale eiste.
Voor de
ondersteunende taken zijn in de bondsorganisatie veel mensen
aangetrokken van buiten de vakbondspraktijk. Zulke zij-instromers
handelen alleen vanuit het vakgebied waartoe ze zijn opgeleid.
ideologie Dit begon al bij de oprichting. De regering gaf na de oorlog de vakcentrales bij de wederoprichting een takenpakket waarbij vakcentrales medeverantwoordelijk zijn gemaakt voor het sociaal-economisch staatsbestel.
Dit
corporatistisch bestuursmodel had en heeft nog steeds tot doel de
fundamentele sociaal-economische belangentegenstelling tussen
werkenden aan de ene kant en overheid, ondernemers en hun
financiers aan de andere kant te ontkennen. Een vakcentrale die
zich dat aan laat leunen is daarmee onderdeel van de gevestigde
orde.
Het gevolg is dat
de positie om mee te mogen praten binnen de SER en Stichting van
de Arbeid voor de leiding van de centrales belangrijker is
geworden dan het behartigen van de collectieve belangen van mensen
in loondienst. Inhoudelijk is dat het ontkennen van de bestaande
maatschappelijke tegenstellingen en altijd wijken voor wie de
macht heeft.
Er zijn er die
doodgemoedereerd beweren dat het verschil tussen ondernemer en
loonafhankelijke aan het verdwijnen is. Niet beseffend dat de
snelle toename van zelfstandige werknemers -de zzp'ers- bovenal door de
arbeidsomstandigheden gedwongen is en eigenlijk verborgen
werkloosheid inhoudt. Geen inzicht dat met deze ontwikkeling voor
alle andere werkenden het loonnivo, de sociale zekerheid en de
arbeidsvoorwaarden verder worden ondergraven.
(61
bestaansminimum)
Zodra zulke
ideologie door het aannamebeleid steeds meer ingang vindt binnen
de werkorganisatie, wordt onvermijdelijk
de
slagkracht van de vakcentrale van binnenuit uitgehold. Op dat
moment moet de vakbeweging wel een nieuwe start maken.
vernieuwing
verdedigen
Han Noten en Jette
Klijnsma zijn vertegenwoordigers van een bestuurlijke stroming uit het politieke
midden met zowel emancipatorische als corporatistische trekjes. De
leiding van vakcentrale FNV -en voorloper NVV- heeft altijd sterk
op juist die politieke stroming geleund.
De vakbeweging
vernieuwt zich pas als er gebroken wordt met het op voorhand
aanpassen aan de eisen van ondernemers en regering. De belangen
van de werkenden horen voorop te staan. Die werkenden delen steeds
minder in de welvaart die zij wel voortbrengen. Die werkenden
worden steeds vaker geconfronteerd met verlaging van de kwaliteit
van leven.
Vijanden van de
vakbeweging menen dat de vakbonden niet representatief zijn voor
het personeel als geheel. Een nieuwe vakbond die georganiseerd is
naar bedrijf of sektor ondervangt dat bezwaar helemaal.
Ondernemers,
overheid en financiers hebben het voor het zeggen. Dat blijkt
overduidelijk bij kredietchaos na 2008 en bij de Griekse tragedie
in 2011. (58-1 Griekse tragedie)
De menselijke maat
in de arbeidsverhoudingen bewaren, lukt nooit in je eentje. Dat
kan je alleen met zoveel mogelijk gelijkgezinden, met z'n allen
voor elkaar krijgen. De vakbeweging is daarom
hèt middel om die
tegenmacht te bieden. Maar dat moet dan wel een onafhankelijke
vakbond zijn. Onafhankelijk van ondernemers en overheid.
Daarom is er nu
een vernieuwde vakbeweging nodig. Niet alleen als verdediging,
maar juist om tot verbetering van de levensomstandigheden te
komen.
eenheid
Dat is
vernieuwing.
Lees hieronder
over de verrassende afhankelijkheid
van
vakorganisaties van ondernemers en overheid
(43 vakbondstientje)
|