terug naar: economie en loon, een handleiding of naar inhoud

pensioenroof                                                                                                 48 

kern van het probleem
Ons economisch systeem is gebaseerd op een zo hoog mogelijk rendement op geïnvesteerd kapitaal te behalen. Vanuit dat belang, is het verspilling als mensen vele jaren aan het eind van hun leven daar niet meer voor ingezet kunnen worden. Vanuit dit belang is het recht op pensioen een gruwel.
Maar de begeleidende propaganda luidt verwarrend anders:

‘door vergrijzing neemt het aantal werkenden af dat de pensioenpremie op moet brengen’
     niet  waar: de omvang van de werkende bevolking van Nederland
ligt helemaal niet voor altijd vast. Bovendien heeft de regering   zonder veel ophef de partner toeslag voor AOW’ers al afgeschaft vanaf 2015.

‘ons pensioensysteem is financieel niet meer houdbaar’
     bangmakerij: de eisen waaraan pensioenfondsen moeten voldoen worden steeds weer veranderd, maar die rekenmodellen blijven een politiek gestuurde slag in de lucht.

‘door vergrijzing worden de pensioenen onbetaalbaar’
     onzin: de wil om nog voor pensioen van het personeel te betalen ontbreekt bij de ondernemers, hun financiers en de regering. Ze weigeren hun maatschappelijke verantwoordelijkheid.


   loonpolitiek
   Statistiek aanbidders vermoeden dat de babyboom generatie -na 1945 geboren-
   massaal het werk voor gezien zal houden na 2014
.

 

    De regering gebruikt die verwachting om mensen bang te maken dat hun AOW
   daarom in de toekomst niet meer betaald kan worden. Zo druk je bezuinigingen door.
  
Ondernemers liften daar graag in mee om hun verantwoordelijkheid voor de bedrijfs
   (tak) pensioenfondsen af te schuiven.

 

    Maar vooral zijn ondernemers en hun financiers enthousiast over ieder overschot aan
   werkloze werkkrachten -waaronder ouderen- dat òf uit armoede òf door
   sollicitatieplicht gedwongen, vanaf 2015 zich moet blijven aanbieden voor werk dat ze
   niet krijgen.

 

   Daarmee worden alle lonen laag gehouden.

Nu de toelichting.

te veel gepensioneerden op te weinig werkenden
De aanvullende bedrijfspensioenen worden door de deelnemers zelf betaald. Het pensioenvermogen is uitgesteld loon. Hoeveel werkenden er in de toekomst zullen zijn, heeft daar niets mee te maken.
Alleen de AOW is een omslagstelsel waarbij  de werkenden premie voor de pensioengerechtigden betalen. Daarbij is de afgelopen jaren een groot overschot opgebouwd, doordat er meer premie is geïnd dan dat er werd uitbetaald. Al is het zo dat de regering een deel heeft uitgegeven aan andere zaken.

Het is nog altijd zo dat al ver voor hun 65e velen geen werk meer krijgen. Verhogen van de pensioengerechtigde AOW leeftijd betekent dus òf meer bijstandsuitkeringen òf grotere armoede, als onbemiddelbare werkloze of als zzp’er. Een regering die zijn maatschappelijke verantwoordelijkheid kent zal de AOW pot -als die leeg raakt- liever aanvullen uit de algemene middelen.

Zodra er echt werk is, komen daar altijd mensen op af, zelfs onder de valse beloften van koppelbazen.
        Op dit moment zijn in laag betaalde beroepen vooral migranten uit
        Turkije, Portugal, Engeland, Marokko, Duitsland, Filippijnen en
        Midden Europa hierheen gehaald om werk te komen doen. Zo is
        het al eeuwen gegaan. Bijvoorbeeld in de bloeitijd van de Oost- en
        West Indische Compagnieën werd de vloot bemand door
        migranten uit de laagvlaktes van Noord Frankrijk tot aan de
        Baltische en Scandinavische landen.
Migratie is de kurk waarop de Nederlandse economie drijft.

Zonder veel ophef heeft de regering in 2010 de partnertoeslag voor AOW’ers per 2015 al afgeschaft. AOW’ers die een jongere partner zonder inkomen hebben, hadden recht op deze toeslag. Het moment van afschaffen was goed gekozen: alle parlementaire partijen verkeerden in een bezuinigingsroes.

   
   In 2008 waren er 2,5 miljoen AOW’ers.

   Daarvan had 73% een aanvullend pensioen. Drie op de vier.
  
Voor 823.000 mensen, voornamelijk vrouwen, is het minder dan € 500,- per maand.
   Voor slechts 370.000 mensen was het meer dan € 1500,- per maand

   10% heeft in zijn werk nooit aanvullend pensioen opgebouwd.
                                                                                       
cbs jan 2010
   In geld uitgedrukt werden de pensioenen in 2009 voor
              42% uitbetaald vanuit de AOW regeling en voor
  
           58% vanuit de aanvullende pensioenen.

 

 
financieel onhoudbaar pensioensysteem
Of het Nederlandse pensioensysteem houdbaar is of niet, daar is in z’n algemeenheid geen zinnig woord over te zeggen. Vooral vanuit het belang van arbeidsintensieve bedrijven en hun financiers wordt gesteld dat het pensioensysteem onhoudbaar is. Het management wil de loonkosten drukken door de pensioenpremie te verlagen. Dat daarmee de pensioenvoorziening voor het personeel naar de knoppen gaat, kan ze niet schelen. Door verlaagde loonkosten stijgt èn het rendement op het geïnvesteerd kapitaal èn stijgt de beloning van de verantwoordelijke manager. Daar gaat het om.

Nogmaals, voor het pensioen kennen we in Nederland twee systemen naast elkaar. De AOW als volksverzekering, waarvan de pot wordt gevuld via een omslagstelsel, die wordt beheerd door de overheid en uitbetaling doet de Sociale Verzekeringsbank SVB. Daarnaast is er nog het aanvullend bedrijfspensioen, dat beheerd wordt door ongeveer 600 verschillende pensioenfondsen. Daarbij kent ieder pensioenfonds zo zijn eigen problemen, die vooral veroorzaakt worden door te lage premiebetaling, onbekwame beheerders en falend bestuur, wetgeving en toezicht. De laatste tijd staat niet het garanderen van pensioenen centraal, maar hoe het vermogen van pensioenfondsen gebruikt kan worden door anderen dan de deelnemers in dat pensioenfonds.

Om te toetsen of een pensioenfonds aan zijn verplichtingen kan voldoen, wordt de dekkingsgraad gebruikt. Het inkomsten van een pensioenfonds gedeeld door de verplichtingen geeft die dekkingsgraad. Bij een dekkingsgraad van 140% of meer kan een pensioenfonds veilig een waardevast pensioen uitkeren, neemt men aan. Bij 100% gaat de binnenkomende premie geheel op aan pensioenuitkeringen. Dat  kan niet lang duren, want er zijn nog beheerskosten te betalen. De exploitatie van een pensioenfonds wordt geschat op gemiddeld 4%. Daarbovenop komen nog de kosten van het uitbestede beleggen, dat kan nog eens 17% tot meer dan 20% belopen.

Om een waardevast pensioen te kunnen uitkeren, moet het inkomen van een pensioenfonds daarom naast de betaalde premies, ook uit de opbrengst van beleggingen bestaan. Die opbrengst is nooit zeker en kan sterk wisselen. De opbrengst wordt voor het gemak ingeschat om de toezichthouder op pensioenfondsen, de Nederlandse Bank (DNB) te laten beoordelen of de pensioenfondsen nog voldoen. In voorkomende gevallen moeten de vermogensbuffers versterkt worden door òf meer premie te vragen, òf de pensioenen te verlagen, òf bijstorting door het moederbedrijf. Of alledrie.

De minister van Sociale Zaken stelt vast hoe de beleggingsopbrengst geschat moet worden, dat heet het rekenrendement voor pensioenfondsen. Alleen is het zo dat niemand kan voorspellen. Dus is de politieke wenselijkheid doorslaggevend bij de vaststelling van het rekenrendement en daardoor ook waaraan de houdbaarheid van een pensioenfonds wordt getoetst.

waaraan moet een pensioenfonds voldoen
Er zijn twee tegengestelde belangen als het gaat om de pensioengelden:
        òf uitgaan van de behoeften van de gepensioneerde,dus een waardevast pensioen,
                 gekoppeld aan de geldontwaarding.
        òf het rendement van het bedrijf staat voorop, dan is een vaste pensioenbijdrage
                 door het bedrijf genoeg en de gepensioneerde zoekt het verder zelf maar uit.


 franchise
veroorzaakt grote ongelijkheid in de uitkering van een bedrijfspensioen

                     Franchise is het bedrag dat eerst wordt afgetrokken van het inkomen voordat er
                    pensioen wordt opgebouwd. Die franchise is binnen een fonds voor alle inkomens
                    even groot.
                                    Lagere inkomens bouwen daardoor procentueel een stuk minder
                                    pensioen op dan hogere inkomens.

 voorbeeld:
                                   
stel de franchise is € 20.000
                                    bij een inkomen van € 30.000 bouw je maar pensioen op over € 10.000
                                    bij een inkomen van € 60.000 bouw je pensioen op over € 40.000
                                   
de franchise ligt meestal tussen € 10.000 en € 20.000;
                                   
het is onderdeel van de cao onderhandelingen; werd ingevoerd in 1957.

 Van het vermogen van de pensioenfondsen is daardoor
                          
slechts éénderde gereserveerd voor de cao afhankelijken,
                           tweederde is er voor het hoger personeel en bestuurders.

 Is de gedwongen deelname aan een bedrijfspensioenfonds nog de moeite waard?
        Voor mensen met een modaal eindloon tot € 31.000
        alleen als ze verwachten ouder te worden dan 100 jaar.

De inzet van het VNO en de regering is vrij simpel: als alle risico bij de pensioengerechtigden wordt gelegd, blijven de pensioenkosten voor het bedrijf en overheid overzichtelijk, stabiel door de jaren heen. Hun experts stellen daarom voor:
a.
    
 Het aanvullend pensioen op te delen in een stukje met vaste 
      indicatie en een ander stukje afhankelijk te maken van het
      beleggingsresultaat van het pensioenfonds.
b.      De premie kan dan altijd stabiel blijven door de mensen langer te
      laten werken. De deelnemers moeten straks langer sparen als
      verwacht wordt dat hun generatie langer zal leven.
 
De redeneringen daartoe zijn bezaaid met technische afleidingsmanoeuvres.

          Zoals dat IFRS boekhoudvoorschriften verplichten het sterk wisselende vermogen van het bedrijfspensioenfonds op marktwaarde in de boeken op te nemen. En dat beleggers dat wisselende vermogen niet snappen.
         Dit is overdreven, want alleen beursgenoteerde bedrijven zijn dat verplicht in
         Europa, Japan, Australië en Zuid
  Afrika. In Nederland betreft het een
         minderheid van de bedrijven. En wat moet je denken van beleggers die niet
         snappen waar ze mee bezig zijn?

         De commissie Frijns berekende dat de pensioenfondsen in 2008 op papier € 112 mrd aan waarde verloren hebben en € 100 mrd boekhoudkundig afgeschreven is en schetst enorme premieverhogingen om op korte termijn de pensioenvermogens weer op peil te brengen. De enig andere mogelijkheid is verlagingvan de pensioenen.
         Verzwegen werd dat de boekhoudkundige waarde van de beleggingen -omdat
         die naar marktwaarde is- op iets langere termijn waarschijnlijk wel weer zal herstellen.

         De commissie Goudswaard komt op noodzakelijke premie verhogingen van 30% of meer van de loonsom en adviseert daarom de pensioenfondsen te gaan beleggen voor het hoogste rendement. Gaat er iets mis met de belegging, dan is dat jammer voor de pensioengerechtigden, die krijgen dan een lager pensioen. De andere optie van de commissie is de pensioenen meteen al te verlagen naar 50% in plaats van 100% in 2001. Omdat ouderen het tegenwoordig  beter hebben dan vroeger, zou dat geen probleem zijn.
         Een vreemde stemmingmakerij, want in feite staan de meeste pensioenen al sinds
         2007 op 70% van het middelloon, wat neerkomt op ongeveer 50% van het eindloon.
         Maar, pensioenfondsen zijn geen beleggingsinstellingen met inleg van speculanten,
         het zijn spaarpotten van het personeel voor de oudedagsvoorziening.

          Het CBS kwam begin 2010 met een veel hogere leeftijdsverwachtingen dan tot nog toe aangenomen werd. Inplaats van de mensen te feliciteren met hun lange leven en de gezondheidszorg te prijzen, grepen de bedrijven deze gelegenheid aan om hogere premiebetalingen te weigeren.
         De toezichthouder verlaagde prompt de dekkingsgraden, waardoor sommige
         pensioenfondsen theoretisch geen indexatie meer kunnen betalen
.

         De commissie Don, het CPB, toezichthouder DNB en minister Donner hebben een diskussie opgezet over de hoogte van het fictieve rekenrendement, als hulp voor het bepalen van de  houdbaarheid van een pensioenfonds. Alle betrokkenen bieden dus een eigen rekenrendement tussen 6% en 7,4%. (Na het akkoord in juni 2010 tussen het VNO en vakcentrale FNV, stelde de demissionaire minister Donner het rekenrendement vast op 7%.)
         De achtergrond van het meningsverschil is dat een lage rekenrente een grotere
         premieverhoging en verlagingvan pensioenen noodzakelijk maakt, wat
         koopkrachtverlies veroorzaakt, in verkiezingstijd onwenselijk. Koopkrachtverlies
         door een hogere premie lokt verhoogde looneisen uit. Dus is gekozen voor een
         hoog rekenrendement, waarbij herstel van het vermogen van de fondsen op de
         lange baan is geschoven om op korte termijn
loonmatiging te waarborgen.

          Met rekenconstructies en verwachtingen kan de dekkingsgraad dus een paar keer per jaar anders worden vastgesteld. Zodra de politieke wind uit een andere hoek waait, verandert dan ook de waarde van het pensioenfonds. En daar moeten pensioenfondsen dan weer hun premie en uitkering op baseren. Terwijl het om beleggingen voor 40 tot 50 jaar gaat.
         Maar ja, zowel de tienjaarsrente als de beurswaarde houden zich niet aan een
         ministerieel besluit. Bijvoorbeeld bestond er eind 2008 zelfs helemaal geen
         marktrente meer. Vanaf eind 2008 voert de centrale bank ECB een ingrijpend beleid
         van kapitaalverruiming, waardoor de rente ongekend laag blijft staan.
         De beursindexen zijn gezakt als reactie op de speculatie tegen de wisselkoers van de
         Euro. Bijelkaar is in ieder geval op de korte termijn de reële opbrengst van de
         belangrijkste pensioenfondsen eind mei 2010 onder het rekenrendement gezakt.

      
       Bij alle heisa rond de pensioenen, is de inzet het ontlopen van de   
       maatschappelijke verantwoordelijkheid voor behoud van het nivo van
       de huidige pensioenen.

                         De vergrijzing is niet onbetaalbaar.
 
Er is te weinig politieke wil om niet meer produktieve mensen nog in leven te houden:
                        wie kan werken moet alles geven,
                       
wie niet kan werken heeft geen rechten.

wat er wel aan de hand is
De bedrijfstak-pensioenfondsen worden bestuurd door vertegenwoordigers van de bedrijven en van de vakbonden.
De ondernemings-pensioenfondsen staan direkt onder het bedrijfsmanagement, met voor de vorm enkele personeelsleden op persoonlijke titel.
Sommige pensioenfondsen hebben al jaren een heel lage dekkingsgraad door een te kleine groei van het vermogen of een verkeerde beleggingsstrategie.  Daarbij hebben vooral kleinere pensioenfondsen het beleggen zelf uitbesteed bij diverse professionele bedrijven zoals verzekeringsmaatschappijen en beleggingsinstellingen.
Voor sommige bedrijfs(tak)pensioenfondsen is door de besturen jarenlang een te lage premie vastgesteld, die alleen voldeed in de jaren met hoog beleggingsresultaat, maar nooit genoeg kon zijn om tegenslag op te kunnen vangen. Bij enkele bedrijfspensioenfondsen is in het verleden het vermogen door het moederbedrijf afgeroomd.

Met de krediet chaos van eind 2008 (58 krediet chaos) is er veel belegd vermogen -bijvoorbeeld in aandelen, obligaties tegen vaste rente, onroerend goed-  boekhoudkundig afgeschreven naar marktwaarde, waardoor vele pensioenfondsen onder de dekkingsgraad van 100% terecht kwamen. Zeker de pensioenfondsen die al zwak stonden kregen een enorme klap. Maar marktwaarde wisselt nogal eens. Het is maar of je een dieptepunt of een hoogtepunt als maatstaf neemt voor de aandelenbeurzen, de rente of de vastgoedmarkt. Nabij het dieptepunt kan je dus verwachten dat de waarde over enige tijd weer zal oplopen. Langzamerhand gebeurde dat in de loop van 2009 ook.

Inmiddels werd veel overlegd over op welke termijn de dekkingsgraden weer hersteld moesten zijn. Toen kwam het CBS in april 2010 met een nieuwe berekening van de leeftijdsverwachting, waardoor de verplichtingen van pensioenfondsen hoger uitvielen dan eerder gedacht. Daarmee kwamen de dekkingsgraden -ook van de grootste pensioenfondsen-  weer onder de 100% terecht. Theoretisch hadden de gezamenlijke pensioenfondsen € 250 miljard tekort op een totaal vermogen van € 650 miljard om waardevaste pensioenen uit te keren.
Daar overheen bleek het rendement op beleggingen van de pensioenfondsen lager te liggen dan het rekenrendement. Dat lag vooral aan de zeer ruime kapitaalpolitiek van de centrale banken in Europa en USA. Dat drukt de rente op bijvoorbeeld staatsleningen.

Prompt werd weer geschreeuwd dat dan de premies naar 40% of meer van de loonsom zouden moeten stijgen en dus het pensioenstelsel onhoudbaar zou zijn. En dat is onzin.
Duidelijk is dat het rekenrendement te hoog is vastgesteld, dat moet omlaag. Vervolgens gaat het erom hoeveel tijd de pensioenfondsen krijgen om hun buffers te herstellen. Dat bepaalt hoe groot de ruimte voor de besturen is om òf de premies te verhogen òf de pensioenuitkeringen te verlagen, of allebei. Wordt de hersteltijd kort genomen, dan komen de premiebetalers en gepensioneerden in de knoei. Maar wordt de termijn langer genomen, dan valt het waarschijnlijk wel mee.

Het VNO wil graag het pensioenstelsel opblazen en stelt het daarom voor alsof het onbetaalbaar is. Niet verwonderlijk, omdat tegelijkertijd onderhandelingen liepen met de FNV vakcentrale om de pensioenpremies voor de bedrijven te bevriezen en de pensioenleeftijd te verhogen.
Maar zodra herstel van de buffers over een aantal jaren wordt uitgesmeerd, is het pensioensysteem best te handhaven. Het  is afhankelijk van de politieke wil of en hoe de aanvullende pensioenen van werkende mensen veilig blijven voor de druk om ze te verlagen ten behoeve van een hoger rendement.
Hetzelfde geldt voor de AOW. Daar gaat het om de politieke tegenstelling tussen het recht op een oudedagvoorziening tegenover het beknibbelen op de overheidsbegroting.

pensioenfondsen geplunderd
De regering besloot in 2009 de AOW leeftijd te gaan verhogen om € 4.000.000.000 te bezuinigen. De ondernemersvereniging VNO wil de pensioenleeftijd voor de aanvullende bedrijfspensioenen al langer met 2 jaar verhogen om de loonkosten te verlagen. Daarmee  hoopt ze zo’n 15% korten op de overeengekomen pensioenpremies. Ook de regering komt die loonkostenverlaging goed uit, op haar grote personeelsbestand. De campagne om pensioenen uit te stellen, heeft als doel de loonkosten in de toekomst te beperken. Botte loonpolitiek dus.

Voor het aanvullend bedrijfspensioen is door hardwerkende mensen verplicht gespaard met inhouding op hun loon. Daarom is het vermogen van de ongeveer 600 pensioenfondsen eigendom van de deelnemers, niet van de bedrijven of de fondsbesturen. Toch, de bedrijven en de Staat aasden al langer op het vermogen. In de 90er jaren werd daartoe het verhaal verspreid dat de pensioenpotten overdreven vol zouden zitten.

Dat de rekenkundige overschotten door de moederbedrijven zijn afgeroomd, was puur diefstal. Evenals -wat ook voorkwam- dat het bedrijf jarenlang een verlaagde premie betaalde, soms zelfs helemaal vrijgesteld werd. De overheid gaat ook niet vrijuit. Met de ‘brede herwaardering’ wetgeving van 1992 werd getracht met extra belastingmaatregelen de pensioenfondsen te plunderen.

Onder die druk van bedrijven en overheid hebben de besturen van pensioenfondsen de vermogenspositie laten verslonzen. De toenmalige toezichthouder PVK heeft het allemaal gewoon laten gebeuren.

Pensioenfondsen hebben altijd buffers nodig om ook de tijden met tegenvallende beleggingen te overbruggen. In tijden van hoogconjunctuur is met verstandig en aktief beleggingsbeleid het vermogen makkelijk te verstevigen. Maar in de negentiger jaren zijn uitgerekend tijdens de hoogconjunctuur in een roes over de hele linie de buffers opgegeven.

In een paar jaar is toen zo’n € 200 miljard onttrokken. De pensioenfondsen hadden midden negentiger jaren een gemiddelde dekkingsgraad van 285%. Die dekkingsgraad kwam in 1999 al onder de 200%, terwijl het best tot 350% had kunnen stijgen.

De opgebouwde pensioenbuffers die in 2010 ontbreken, zijn er dus wel degelijk geweest. Bedrijfsmanagement en overheid hebben aangestuurd op potverteren.

Daarnaast is er door de besturen van de pensioenfondsen heel vaak een laks beleggingsbeleid gevoerd. Uit gemakzucht en om verantwoordelijkheid te ontlopen werd het beleggen deels uitbesteed aan commerciële bedrijven, die uiteraard wel gouden bergen beloven maar nergens voor instaan. (48-1 pensioenroof)

pensioenen verloren
VNO streeft er al een tijd naar dat de verantwoordelijkheid van bedrijven voor het bedrijfs(tak)pensioenfonds beperkt wordt tot een vaste premie. Geen bijstortverplichtingen meer zodra het fonds de pensioenen om wat voor reden dan ook niet meer kan betalen.
Tegenslagen van het pensioenfonds moeten volgens VNO voor risico van de deelnemers komen: zodra het pensioenfonds in moeilijkheden komt, worden de pensioenuitkeringen verlaagd.

De leiding van de vakcentrale FNV praatte in 2009 eerst maandenlang met het VNO over verslechtering van de AOW. Maar de AOW gaat het VNO niet aan, ondernemers betalen daar niet aan mee. Dat overleg liep dus voorspelbaar op niets uit. Door toch te beweren dat ze met dat overleg de AOW leeftijd op 65 jaar zou kunnen vasthouden, werden de leden in slaap gesust en hield de FNV leiding politieke aktie af.
(47 stilzwijgend sociaal akkoord 2010)

De regering besloot in oktober 2009 toch de AOW leeftijd op termijn te verhogen. De leiding van de vakcentrale FNV maakte haar belofte aan de leden om de AOW op 65 jaar te houden niet waar. De FNV leden waren wel verontwaardigd, maar kwamen niet in verzet. Dat bood het VNO de mogelijkheid door te pakken en voor de bedrijven een structurele verlaging met € 3.000.000.000 van de premie voor de bedrijfs(tak)pensioenfondsen binnen te halen. De leiding van de vakcentrale FNV ging onderhandelen.


    De bedrijfs(tak)pensioenfondsen beheerden in maart
  2010 ongeveer € 650.000.000.000
    voor 6 miljoen deelnemers (betalers, slapers en uitkeringsgerechtigden)

    In 2008 boekten de pensioenfondsen € 212.000.000.000 af aan waarde op hun beleggingen.
                Daarvan is € 20.000.000.000 echt verspeeld, bijna een jaar premie betalingen.
                De beleggingsrisico’s waren zwaar onderschat. Besturen zijn inderdaad vaak niet
                deskundig. Maar de professionele vermogenbeheerders maakten als uitvoerder de
                grootste fouten met te beleggen in derivaten die niemand begreep, ook zij zelf niet.

                    (58 krediet chaos)

    Voor de aanvullende pensioenen wordt per jaar € 25.000.000.000 aan premie betaald. 
                Per jaar betalen de pensioenfondsen € 20.000.000.000 uit.

   
kosten
    Het VNO wenst premieovereenkomsten, waarbij het beleggingsrisico helemaal op de   
    deelnemer wordt afgeschoven. Eind 2009 kostte zo'n constructie 21% tot 35% aan premie.
    Daarbovenop komen nog de beleggingskosten, zodat
                 van iedere € 1 pensioenpremie slechts 50ct tot 70ct wordt belegd.

Eind maart 2010 bereikten het VNO en de vakcentrale FNV overeenstemming dat de pensioenpremie nooit boven 20% van de loonsom mag uitkomen. De ondernemers kregen helemaal hun zin met dat bedrijven voortaan een vast bedrag aan pensioenkosten gaan betalen en nooit meer hoeven bij te storten in hun bedrijfspensioenfonds als dat de pensioenen niet kan betalen. Evengoed een grove brutaliteit na het eerdere afromen van het vermogen van de pensioenfondsen.
Van nu af dragen de pensioengerechtigden dus het hele risico van vermogensverlies door het pensioenfonds waar ze bij zijn aangesloten.

wanprestatie
Vervolgens ging de leiding van de vakcentrale in mei akkoord met het VNO over uitstel van de pensioenleeftijd voor zowel AOW als het aanvullend pensioen naar 66 jaar vanaf 2020. Als de mensen nog ouder gaan worden, wordt het 67 jaar vanaf 2025. In het geval het CBS verwacht dat we nog weer ouder worden, wordt de pensioenleeftijd nog verder verhoogd. Vervroegde AOW wordt alleen toegestaan tegen 6½% korting per jaar op de hele uitkering.
Mensen die langdurig zwaar lichamelijk werk hebben gedaan worden niet ontzien. Ook degenen die altijd laag betaald zijn en daarom korter zullen leven, mogen niet eerder met pensioen zonder daarvoor gestraft te worden.

De vakcentrale FNV zal het de aangesloten bonden verbieden om bij komende cao onderhandelingen verslechteringen in de AOW binnen de aanvullende pensioenen te compenseren. Dat geeft ondernemers de garantie dat de pensioenpremies bevroren blijven op het nivo van 2010.
Als enige tegenprestatie beloven ze bij herstel van de pensioenbuffers de op dit moment tijdelijk verhoogde premie niet in de toekomst terug te vorderen.

Voor iedereen onder de 64 jaar die betaalt aan een pensioenfonds, betekent deze deal nog langer premie betalen en daarna een korter pensioen overhouden. Zonder enige zekerheid over de hoogte die dat pensioen zal hebben. De leeftijd en hoogte van het pensioen -waarvoor zwaar gespaard wordt door de werkenden- zijn afhankelijk gemaakt van een statistische levensverwachting en geluk bij het beleggen.

Trots maakte de leiding van vakcentrale FNV begin juni 2010 haar wanprestatie bekend. Volkomen in tegenstelling tot haar grote woorden een jaar geleden, heeft ze met het VNO allereerst behoud van de AOW leeftijd toch uitverkocht. Hoewel ze daar geen van beide zeggenschap over hebben. Toch tot vreugde van de waarnemende CDA regering, want er ligt nu een vrijbrief om de AOW leeftijd onbeperkt te verhogen. Daarbovenop hebben ze de bedrijfspensioenen waarover hun vertegenwoordigers wel wat te zeggen hebben, uitgekleed tot net zo weinig zekerheid voor de deelnemers als bij een commerciële levensverzekering.
(43 vakbondstientje)

Al vanaf volgend jaar gaan alle werkenden de prijs betalen voor de toegeeflijkheid van deze wel tegenstribbelende, maar niet principieel opererende vakbondsleiding. Een vakbondsleiding die meepraat om te mogen blijven meepraten in plaats van de rechten te verdedigen van eenieder die hard moet werken voor levensonderhoud.

FNV leden kunnen dit a-sociaal akkoord nog afschieten, vóór half juli 2010.

conclusie

·       Er wordt enorm geklooid met de pensioengelden door vermogensbeheerders,
         onwillige bedrijven, de wetgevende overheid en fondsbesturen.


·       De voorschriften en het huidig beleggingsbeleid van de pensioenfondsen
         zijn niet houdbaar.

·      
Pensioenvermogens zijn eigendom van de deelnemers, het is uitgesteld loon.
         Onvoorstelbaar dat deelnemers iedere zeggenschap over hun eigen
         geld wordt geweigerd.

                                                                                                                                                     juni 10

Lees hieronder meer over hoe met pensioenrechten wordt omgesprongen,
of ga door naar (34 cao eisen & resultaten)

 

vermogen verdampt

 


      bron: cbs


In de nasleep van de krediet chaos is het vermogen van de Nederlandse pensioenfondsen niet alleen boekhoudkundig voor een deel verdwenen. (59 krediet chaos) De opbrengsten en de waarde van beleggingen daalde dramatisch. Niet alleen de aandelen (54 beurskoers)  ook bij het voor rente uitstaande geld, het vastgoed, de grondstoffen, onderhandse leningen en hedgefunds.
        
In 2008 is
112.000 miljoen verloren op beleggingen. Omdat de marktrente daalde is nog eens
        
100.000 miljoen afgeschreven. Bij elkaar verdampte zo 212.000 miljoen aan pensioenvermogen.

 


  bron: cbs

Om de uitkeringen en het voortbestaan van de fondsen te garanderen
zijn de afspraken eenzijdig veranderd.
·         geen prijscompensatie voor pensioengerechtigden bij, Zorg & Welzijn, PMT, PME,
      ABP en bedrijfstak pensioenfondsen. ABP bevriest de hoogte van het pensioen de
      eerste 4 jaar. Zorg &Welzijn voor 3 jaar en loopt pas over 15 jaar in de pas met de
      lonen. PME kan 11 jaar niet meer volledig indexeren. En dat allemaal nadat vanaf
      2007 de prijscompensatie net weer voorzichtig werd uitbetaald na de eerdere
      inhoudingen vanaf 2002.
·         de pensioenuitkering worden nog niet verlaagd, maar dat gaat wel gebeuren zodra
      de werkgevers zoals het Rijk weigeren de verhoogde premie te betalen.
·         pensioenpremie omhoog voor werkenden die verplicht deelnemen, in 2009 bij ABP
      vanaf 1 juli 2009 met 1%. En vanaf januari 2010 nog eens 2%, dus totaal 3%.

·        
de aanspraken van de huidige premiebetalers en zogeheten slapers -nog niet
      pensioengerechtigden die bij een andere baas zijn gaan werken- op toekomstig
      pensioen gaan wel achteruit. Bijvoorbeeld 15 jaar lang geen prijscompensatie van
      3% betekent dat na 15 jaar de pensioenuitkering 25% lager is geworden dan waar
      je nu zicht op had.

Een CPB studie van eind maart 2009 voorziet bij pensionering het volgende inkomensverlies ten opzichte van 2008 als herstel van de volledige  prijscompensatie 20 jaar gaat duren.

                  gevolgen op basis van levensverwachting
           voor het pensioeninkomen
geboortejaar verlies per jaar verlies totaal    in %
1970  1.100    
1953  2.000  30.000 -10%
1940  1.200  15.000 -6%

Om een beeld te krijgen van de toestand van pensioenfondsen, de kengetallen van de 4 grootste fondsen.

pensioenfondsen                    dekkingsgraad in %     vermogen in 1.000.000.000
2004 2005  eind 2006 eind  2007 eind 2008  eind 2007 eind 2008  verloren
ABP 121 120 134 140 90    € 217    € 173    € 44
PGGM/Z&W 117 118 134 148 92    €   88,1    €   71,5    € 16,6
PMT   120 138 141 87    €   34,5    €   28,7    €   5,8
PME 119 123 128 135 90    €   22,7    €   18,7    €   4

Een dekkingsgraad boven 105% geeft aan dat op dat moment de oorspronkelijke inleg zonder inflatiecompemsatie terug betaald mag worden. De gemiddelde jaarlijkse inflatie in de 20e eeuw kwam op 3,2% (cbs dec.2008). In februari 2009 stond de dekkingsgraad bij ABP op 83%, bij Z&W op 85%

Eind 2008 hadden de pensioenfondsen een vermogen over van ongeveer € 600.000 miljoen. In 2009 keren ze zo’n € 20.000 miljoen aan uitkeringen uit.

ontduiken verantwoordelijkheid
Enkele bedrijfspensioenfondsen moeten hun vermogen aangevuld krijgen door het moederbedrijf. Bijvoorbeeld:
  TNT €    500 miljoen
  Reed Elsevier €      86 miljoen
  Atos Nederland €      39 miljoen
  KPN (TKP)  €    600 miljoen
  Océ €    389 miljoen bij een dekkingsgraad van 79,5%
  Shell € 6.400 miljoen, waarvan €  43 miljoen bij Madoff terecht kwam
  ING €    814 miljoen
  Super de Boer  €      25 miljoen  bij een dekkingsgraad van 86%

De moederbedrijven kermen luid. Onterecht, want diezelfde bedrijven hebben in de 90er jaren het vermogen van deze pensioenfondsen geplukt en afgeroomd. Desondanks:
       KPN stort slechts        €  390  bij in het door Aegon beheerde TKP
       Shell niet meer dan    € 4.700  in Shell Pensioenfonds.
       Super de Boer heeft het pensioencontract met de beheerder opgezegd.
       Het Rijk als grote werkgever maakt het ook bont: volgens minister Guusje Ter Horst heeft de Staat geen € 420 miljoen om de premieverhoging voor haar ambtenaren te betalen. Om dat wel op te brengen moet ze een paar  duizend mensen ontslaan. Chantage om ABP te dwingen de pensioenuitkeringen te verlagen.

Onder de sinds 2005 internationaal ingevoerde IFRS boekhoudregels moet het moederbedrijf ieder jaar veranderingen in het vermogen van het pensioenfonds in de eigen balans opnemen. Naar marktwaarde. Hoe dat moet als er weinig markt is en er dus geen prijs gezet wordt, daar is nooit over nagedacht. De alles bepalende markt is tenslotte ideologie, de praktijk zit anders in elkaar. Daarom proberen steeds meer bedrijven het zo te regelen dat zij uitsluitend een vast bedrag per jaar betalen aan het pensioenfonds.
Hoeveel er aan pensioen uitgekeerd kan worden is dan voortaan hun probleem niet meer. Daarmee zijn de gevolgen van het beleggingsrisico geheel bij de pensioengerechtigden terecht gekomen

conclusie:
deelname aan een pensioenfonds biedt geen garantie voor een zorgeloze oudedag

rekenkundig probleem
De dekkingsgraad kent een wettelijk vastgelegd criterium om te beoordelen of een pensioenfonds aan zijn verplichtingen kan voldoen. Probleem is dat die voorgeschreven berekening van de dekkingsgraad een willekeurige maatstaf blijft. Vóór de ict-hype werd een fictieve rentevergoeding van 4% gebruikt, daarna werd het de swap-rente, zoals de banken die elkaar onderling berekenen. Vanaf eind 2008 lenen de banken niet meer onderling, omdat ze onvoldoende zekerheid hebben hoeveel ze daarvan ooit terug zullen zien. Het in 2009 min of meer kunstmatig aangehouden tarief van de swap-rente ligt daardoor zo laag, dat pensioenfondsen zwaar tekort komen om aan hun verplichtingen te voldoen. De swaprente
(1,45% 3 maands Euribor begin april 2009) ligt zelfs onder de opbrengst van staatsobligaties (3,5% tot 4% begin april 2009), iets dat eerder niet voor mogelijk werd gehouden.

verkeerde oriëntatie
Het beleggingsfiasco van pensioenfondsen komt ten dele doordat de hoofddoelstelling is verlaten. In plaats van te voorzien in waardevaste pensioenuitkeringen, zijn de fondsen als kapitaalverschaffer onderdeel geworden van het financieel stelsel. Daarmee zijn dezelfde  gewoontes en beleggingsstrategieën als van banken en verzekeringsmaatschappijen overgenomen. En dus ook dezelfde valkuilen.

Zo heeft ABP als grootaandeelhouder destijds tegen de verkoop en opsplitsing van ABNAmro gestemd. (55 Hollands Glorie) Later stak ABP € 500 miljoen in Fortis precies op het moment dat de tent op omvallen stond. Van het toevertrouwd pensioenvermogen is het beheer van een steeds groter deel uitbesteed aan commerciële bedrijven.\

extern pensioenbeheer Nederland  maart 2008
                                       in 1.000 mln
Barclays GI 59
Syntrus Achmea 45
ING 42
FSC 40
Aegon 36
State Street 29
Blackrock 28
Robeco 26
Fortis Invest 23
Axa IM 15
                       totaal 343

                                                                                                                                               april-09

Lees hieronder de volgende onderwerpen rond de pensioenen:
          waar gebruiken pensioenfondsen het toevertrouwde vermogen voor;
          hoe ondernemers hun medeverantwoordelijkheid voor de fondsen afschuiven;
          fraudes met pensioengelden;
          een stichtingsbestuur dat de opbrengst van het havenpensioenfonds ontvreemdt;
          lage inkomens betalen relatief het meest aan pensioenfondsen;
         
in 2007 was prijscompensatie in de pensioenuitkeringen weer mogelijk

 

pensioenfondsen
wat doen ze met het toevertrouwde vermogen

Waar een pensioenfonds goed in is:
           niet in het garanderen van een welvaartsvast pensioen
           wel als kapitaalverschaffer voor ondernemers.
Wat is hiervan  waar?
De vereniging van bedrijfstak pensioenfondsen heeft in november 2008 pensioen consultants onder druk gezet geen enkele mededeling meer te doen over de financiële toestand van haar leden. Het zit dus financieel fout.

hoogte van de uitbetalingen
·          De meeste grote pensioenfondsen betaalden na 2002 geen waardevast
       pensioen meer uit. Dus nauwelijks indexatie, geen koopkrachtbehoud.
·           Door verliezen op beleggingen in achtereenvolgens obligaties, aandelen, vastgoed,
       grondstoffenspeculatie, indirecte deelnemingen en verlaging van de lange rente is in
       2009 indexatie van de pensioenuitkeringen onmogelijk. Om dezelfde reden zullen
       vele pensioenfondsen de premies in 2009 verhogen.

·          Vanaf de 90er jaren van de vorige eeuw werd het Nederlandse pensioenfondsen
       toegestaan in aandelen te gaan beleggen. Ook buitenlandse aandelen en
       hedgefund avonturen, waardoor hun dekkingsgraad veel conjunctuur gevoeliger is
       geworden. Met dit risicovoller beleggen is de hoogte van de pensioenuitkering voor
       de deelnemers een stuk onzekerder geworden.
·          Na 2001 zijn de pensioenuitkeringen bij alle grote fondsen verlaagd van eindloon-
       uitbetaling naar middelloon-uitbetaling. Grofweg een verlaging van 70% naar
       50% van het eindloon. De onvermijdelijke teruggang van de beurskoersen bij het
       leeglopen van de ‘nieuwe economie’ hype in 2001
(54 beurskoers) werd als aanleiding en
       verbloeming van het falend uitkeringsbeleid opgevoerd.
·         De regulering met verplichte dekkingsgraden lijkt leuk, maar die dekkingsgraad
       geeft slechts aan of de ingelegde premie nominaal terugkomt. Dat wil zeggen,
       zonder indexatie, dus niet waardevast, geen inflatiecorrectie, geen
       koopkrachtbehoud van de pensioenuitkering.

 
na 1 tot 40 jaar
krijg je je oude euro of gulden terug, die voor alles gebruikt is
en steeds minder waard is geworden
           Wat is  er na 40 jaar aan koopkracht over van € 10.000,- ?
           bij een inflatie van 2% per jaar nog maar € 5.520,70
           bij een inflatie van 4% per jaar slechts € 3.083,20

·         Na 2001 hebben vele pensioenfondsen de deelnemerspremie fors verhoogd om hun
      dekkingsgraad op peil te houden. In 2007 kwam de premie in sommige gevallen op
      5% tot 20% van het loon.
(48-1 pensioenroof)
·     Bedenk dat nog in de jaren ‘90 de werkgeversbijdrage aan het pensioenfonds vaak
      werd kwijtgescholden, omdat werd beweerd dat het vermogen van het
      pensioenfonds verdreven groot zou zijn. Zelfs zijn er door sommige pensioenfondsen
      jarenlang schenkingen gedaan aan het moederbedrijf.
·         
Na 2003 is de toetsing van de dekkingsgraad -een vaste rekenrente van 4%- als
      rekenmodel vervangen door uit te gaan van de swaprente die banken elkaar onderling
      berekenen. Wat niemand verwacht had, gebeurde binnen een paar maanden in 2008:
      deze rente halveerde. Na alle eerdere waardedalingen bleek de rekentoets drijfzand
      te zijn: de gemiddelde dekkingsgraad dook onder de 100%.
                        Voorbeeld :
                                    om over 40 jaar € 100,- uit te keren moet een pensioenfonds nu een  waarde tonen
                                    van € 15,- bij een swap rente van 4,9%; maar van € 32,- bij een swap rente van 2,9%.

pensioenfondsen zijn deel van het financieringssysteem
·     Door de reusachtige omvang van het vermogen van de pensioenfondsen begin 2008 -
      € 600.000.000.000 tot € 700.000.000.000, dus ruim de omvang van de Nederlandse
      economie- zijn deze instellingen in Nederland bovenal belangrijk als
      kapitaalverschaffers naast de banken en verzekeraars. De verplichte deelname houdt
      een constante, gegarandeerde geldstroom naar de pensioenfondsen in stand.
      In 2007 was 91% van de beroepsbevolking verplicht deelnemer. Banken en
      verzekeraars kennen zo’n zekerheid niet.

·     Pensioenfondsen verhuren makkelijk de aandelen die ze bezitten aan instellingen en
      personen die daarmee op aandeelhoudersvergaderingen het beleid van het
      onderliggend beursgenoteerd bedrijf beïnvloeden.

·     De api -algemene pensioeninstelling- komt er aan, een pensioenfondsconstructie
      bedoeld om de pensioenverplichtingen van multinationals voor al haar dochterbedrijven
      in de EU te bundelen. Het toezicht wordt veel lichter ten opzichte van de nu in
      Nederland opererende pensioenfondsen. Daarmee is de pensioenzekerheid voor de
      deelnemers door de Nederlandse regering verder in de waagschaal gesteld, met als
      smoes zo meer kapitaalbeheer van pensioenfondsen naar Nederland te halen.

nieuw plan van VNO-NCW, april 2008:
·        Het VNO-NCW stelt voor om de pensioenindexatie helemaal af te schaffen. En
      voortaan de hoogte van de pensioenuitkering tijdens de cao onderhandelingen te
      bepalen.
      Dit voorstel is alleen in het voordeel van de ondernemers. De deelnemers die nog bij
      het bedrijf werken hebben namelijk alleen in naam invloed via bondslidmaatschap.
      En degenen die intussen een andere baas hebben gevonden, maar wel
      pensioenrechten hebben opgebouwd, zijn overgeleverd aan de voorgespiegelde
      omstandigheden van hun oude baas. En gepensioneerden, ach, daar wordt over
      beslist zonder dat zij enige invloed kunnen uitoefenen.
      Zo spelen de ondernemers werkenden en gepensioneerden tegen elkaar uit ten
      behoeve van hun eigen beoordeling van de conjunctuur.

·        VNO-NCW ondernemers willen wel de verplichte deelname handhaven, maar nemen
      zelf geen enkele verantwoordelijkheid meer voor het garanderen van de
      pensioenuitkeringen.
     
De gebruikte smoes is dat het Nederlandse  pensioenstelsel niet past in het nieuwe internationale IFRS
       boekhoudsysteem. Volgens die regels zou een onderneming ieder jaar weer opnieuw moeten
       reserveren zodra het pensioenfonds niet kan voldoen aan de pensioenaanspraken.
      Het buitenland begrijpt het Nederlands pensioensysteem niet, zegt het VNO.
      Nou,  èn?
      Leg het daar dan uit. Maar nee, de VNO achterban wil enkel de eigen
      medeverantwoordelijkheid ontlopen, dat is voordeliger.


Is de gedwongen deelname aan een bedrijfspensioenfonds
nog de moeite waard?

Voor mensen met een modaal eindloon van € 31.000 hooguit als ze verwachten ouder dan 100 jaar te worden.
 

 

·          Vergis je niet: ondanks hun weigering enige maatschappelijke verantwoordelijkheid te
       aanvaarden, blijven de ondernemers de bedrijfs(tak) pensioenfondsen besturen,
       samen met bondsbestuurders. Maar de deelnemers hebben geen enkele garantie
       voor of invloed op de hoogte van hun pensioenuitkering.

·          Ondernemers pochen graag over hun maatschappelijk ondernemen. Hier tonen ze hoe
       a-sociaal ze in werkelijkheid bezig zijn.

Hiermee wordt het pensioenstelsel in Nederland opgeblazen door de ondernemers, want:

·         Veel bedrijfspensioenfondsen sluiten zich sinds 2007 juist aan bij bedrijfstak-
       pensioenfondsen omdat dan de IFRS regel vooralsnog niet geldt. VNO holt dus met
       valse argumenten de pensioenzekerheid van de deelnemers uit.
     
 Pensioenfondsen DAF, NXP en Nedcar kropen onder de paraplu van PME. 200andere
        kleine bedrijfspensioenfondsen sloten zich aan bij het bedrijfstakpensioenfonds PMT en
        zegden daartoe de uitvoering door Nationale Nederlanden / ING op. Maxeda ging al in
        2006 over naar het fonds voor de Detailhandel.

·          De pensioenfondsen die het in 2008 alweer presteren om onder hun  
       dekkingsgraad terecht te komen, leveren domweg een  wanprestatie aan de
       deelnemers. Ze houden in eerste instantie de eigen organisatie in stand en hun rol
       van kapitaalverschaffer voor het bedrijfsleven. Allemaal ten koste van een
       waardevaste pensioenuitkering aan de deelnemers.
·          De besturen -dat zijn ondernemers en vakbondsbestuurders- zijn niet echt
       geïnteresseerd in beheer van pensioengelden. Alleen al door onkunde en slecht
       georganiseerde controle hebben de pensioenfondsen in 2008 gezamenlijk
20.000
       miljoen verspeeld. Dit meldt de commissie Frijns in januari 2010. Het bedrag is
       ongeveer even hoog als wat er in 1 jaar in Nederland aan pensioenpremie betaald
       wordt.    


   beheerskosten
   In 1999 kochten ABP en PGGM de investeringsmaatschappij Alpinvest, ieder voor 50%.
   Het bedrijf kreeg als taak pensioengelden -ook van andere fondsen- winstgevend te
   investeren. In 2007 beheerde Alpinvest zo’n € 40.000.000.000 of 4%  tot 5% van het
   vermogen van Nederlandse pensioenfondsen.

   Hier waren de eigenaars zo tevreden over dat de senior partners Volkert Doeksen,
   Wim Borgdorff, Erik Thyssen, Paul de Klerk  en Iain Leigh, met 8 junior partners en nog
   wat personeelsleden onderling € 150.000.000,- aan extra dividend en bonus mochten
   verdelen. Gelijk aan bijna 10.000 pensioenuitkeringen per jaar op modaal middelloon nivo.

   Zo bleef er nog maar een winst over voor de pensioenfondsen van €125.000.000
 

·        Om de prestatie van pensioenfondsen te beoordelen: indien pensioengerechtigden
      hun premie zelf storten op een spaarrekening of beleggen in staatsobligaties, levert
      dat begin 2008 meer op dan de uitkering door pensioenfondsen!

    
  Let op: neem een spaarrekening en geen lijfrente die een verkapte risicobelegging is. En ook geen
       beleggingsrekening, want dan gaat tot 45% van de inleg op aan kosten en verzekeringen.

       Nadeel is natuurlijk dat je altijd actief moet bijhouden dat de geboden rente hoger moet blijven dan het
       jaarlijks koopkrachtverlies, plus de 1,2% vermogensbelasting. Bij een rente van 4,7% wordt het
       koopkrachtverlies in 2008 volledig gecompenseerd.
(5 loon en koopkracht) Maar houd er rekening mee dat
       de Garantie op spaarrekeningen niet verder gaat dan € 20.000,- per in Nederland erkende bank. En
       maar 90% over een tweede tranche tot € 20.000,-. Bij dit voorbeeld is afgezien van het
       nabestaandenpensioen, waarvoor de premie overlijdensrisico zo’n 17% van de totale pensioenpremie
       bedraagt. Sinds oktober 2008 is de garantie opgetrokken tot € 100.000,-.
·     Statistisch gezien betalen mensen met lage inkomens altijd meer pensioenpremie
      dan ze ooit als pensioenuitkering zullen terugzien.
(CPB juni 2007)
      Het probleem voor hen is alleen dat niemand tevoren kan weten hoe oud hij of zij zelf
      zal worden. Dus ook niet hoeveel reserve je voor je pensioen nodig zult hebben.

Toegegeven, dit laatste argument is gebaseerd op onzekerheid.
Helaas, dit is het enig houdbare argument om te blijven deelnemen aan een collectief bedrijfs(tak) pensioenfonds.


De structurele fout met bedrijfstak pensioenfondsen is de verplichte deelname, gekoppeld aan paternalistisch afwezige zeggenschap voor de deelnemers.

Zo worden pensioenfondsdeelnemers beroofd van een groot deel van hun loon, dat tot aan uitbetaling gebruikt wordt voor kapitaalverschaffing.
 

 

conclusie:
                       de rol voor een pensioenfonds in de praktijk :
            geen garantie voor welvaartsvast pensioen van de deelnemers,
            wel makkelijk inroepbare kapitaalverschaffer voor ondernemers.

                                                                                                                                                   nov-08


fraude met pensioenfondsen

Deelname aan bedrijfspensioenfondsen is verplicht, de premie wordt gedwongen ingehouden op je loon. Heb je dan nog iets te zeggen over wat er met je geld gebeurt? Nee. Controle door de deelnemers op beheer van het vermogen bestaat er alleen formeel. Anderen doen dat voor je. Het toezicht wordt uitgevoerd door enerzijds lieden in opdracht van het moederbedrijf en anderzijds door bondsbestuurders.
Onder zulk bewind roomden de moederbedrijven in het verleden maar al te vaak het pensioenvermogen af. Wat vanaf 2001 over bijna de hele linie tot een verlaging van de pensioenuitkeringen leidde. De regelgeving door de vroegere Pensioen en Verzekeringskamer, tegenwoordig de Nederlandse Bank, liet dat toe.
Is een onbeperkt vertrouwen in beheerders, toezichthouders en directies wel terecht?

Directies en management van bedrijfspensioenfondsen beheren in 2007 tegen de € 800 miljard aan vermogen. Dat is zo’n anderhalf keer de grootte van de totale Nederlandse economie. Het betreft uitgesteld loon, opgespaard ten behoeve van de oude dag na een werkzaam leven van de deelnemers. Dat geld van de werkenden wordt voor hen beheerd om te voorkomen dat zijzelf onhandig beleggen of dat ze het voortijdig verbrassen en dan later niets hebben.

Vanuit deze betutteling mag je verwachten dat het geld optimaal en veilig beheerd wordt. Maar dat is een vergissing. Gedurende het beheer van de 40 tot 45 jaar waarin het pensioen wordt opgebouwd, plus de 10 tot 20 jaar daarna, waarin het pensioen uitgekeerd moet worden, loopt de deelnemer een onbekend risico. Door beleggingsfouten en financiële crises kan het belegd vermogen in rook opgaan. En ook door fraude.

grote fraudes bij Nederlandse pensioenfondsen
80er jaren ABP, pensioenfonds overheid
1991 pensioenfonds Gasunie
1997  Philips pensioenfonds
1998 MN Services, kleinmetaal
2003 Stork pensioenfonds
2007 Philips pensioenfonds

Opmerkelijk is dat deze fraudes van een tiental tot honderd vijftig  miljoen door direktieleden pas aan het licht kwamen na vertrek van de fraudeur of doordat de belastingdienst onregelmatigheden ontdekte. Dat geeft aan dat de interne controle procedures bij de pensioenfondsen zwak zijn. Want ondergeschikten moeten al veel vroeger iets geweten hebben, maar kennelijk ontbrak de mogelijkheid om het misbruik aan de orde te stellen.
Deze integriteitproblemen bewijzen dat toezichthouders vaak incompetent of naïef zijn, met weinig inzicht of zelfs geen interesse in de verleidingen en mogelijkheden tot persoonlijke verrijking door de fondsbeheerders.
Pensioen deelnemers staan machteloos tegenover deze knulligheid.

                                                                                                                                                                                            jan 08

pensioengelden van havenwerkers gestolen

Het Pensioenfonds Vervoer en Haven (PVH) verzorgde de pensioenen van de havenwerkers in Rotterdam, Vlissingen en Amsterdam. In de 90er jaren werden vele havenwerkers als uitzendreserve in de arbeidspools Samenwerkende Havenbedrijven (SHB’s) gedumpt. Eén in Amsterdam en één in Rotterdam. Achteraf weigerden de havenbaronnen de afspraak na te komen om in drukke tijden allereerst SHB personeel in te huren. Die SHB’s moesten wel de lonen doorbetalen, maar hadden daarvoor te weinig inkomsten. Daarop dwongen de ondernemers -die zowel in het bestuur van de SHB’s als van het pensioenfonds PVH zaten- de overheveling af van ƒ 300 miljoen gulden pensioengelden aan de SHB’s om deze financieel te laten overleven.
Daar is een pensioenfonds helemaal niet voor, maar toch.

Om herhaling in de toekomst te voorkomen werd het PVH in 1997 in beheer gegeven bij Optas nv. Een onafhankelijke stichting kreeg alle aandelen van Optas in bezit, in de veronderstelling dat daarmee de pensioenen van de havenwerkers waren veiliggesteld.
Mis. Door mismanagement ontstond een dekkingstekort van € 350 miljoen euro. Dat gat werd met een noodgreep gedicht door de pensioenpremie fors te verhogen. De indexering, dus het waardevaste pensioen, werd opgeofferd, ten koste van de bestaande en toekomstige pensioengerechtigden.

In juli 2007 werd Optas met dikke winst verkocht aan Aegon. Wat doe je met winst op een pensioenfonds?
Het bestuur is van plan de boekwinst van € 1.300 miljoen aan cultuur te gaan besteden
Cultuur? Jawel.
                In plaats van verhoging van de pensioenuitkeringen.
                In plaats van verlaging van de pensioenpremie.
Geen boodschap aan de 60.000 betrokken premiebetalers, slapers en gepensioneerden.

 

Optas
v
ermogen 2006                                  € 4.500
miljoen
geïnde premie 2006                            €      86 miljoen
verzekerden en gepensioneerden         48.000
winst verkoop                                     € 1.300 miljoen dat is € 21.667 per havenwerker

bestuur na mei 1999:
Pierre Vinken (79 jaar), voorzitter, ex chirurg, oud topman van Elsevier
Johan Kremers (74 jaar), oud gouverneur van Limburg en ex voorzitter WRR
Paul Ribourdouille (69 jaar), oud bestuurder ict van ABN Amro
Paul Deiters (55 jaar), ex Halder Holding, cultuurliefhebber

Juridisch lijkt er niet veel mis, want het stichtingsbestuur mag zichzelf vernieuwen en ook de statuten veranderen. Vanaf 2001 bestaat het stichtingsbestuur uit buitenstaanders. De statuten zijn inmiddels zo veranderd dat zij naar eigen inzicht over de opbrengst van de beleggingen kunnen beslissen. Uiteindelijk gaf het bestuur  500 miljoen van de winst terug en hield  800 miljoen achter voor haar culturele hobby's.

En zo wordt de opbrengst van de pensioengelden van havenwerkers gestolen.

 

 


lage inkomens betalen teveel pensioenpremie

Half juni 2007 publiceerde het CPB een studie naar hoe de herverdeling van inkomen ligt bij het betalen van pensioenpremies aan de ene kant en het ontvangen van een pensioenuitkering aan de andere kant.

Schokkende conclusies zijn:
1.  Mensen met een laag inkomen betalen meer aan
     pensioenpremie dan dat zij ooit aan pensioen zullen ontvangen.
     Andersom betalen mensen met een hoog inkomen gemiddeld
     minder pensioenpremie dan dat zij aan pensioen ontvangen.
2.  Mensen met een laag inkomen betalen in hun leven 17% meer aan
     pensioenpremie dan degenen met een hoog inkomen.

Hoe dit zo komt? Binnen het bedrijf betaalt iedereen hetzelfde percentage van zijn loon als premie. Maar mensen met een laag inkomen hebben door hun arbeidsomstandigheden een veel lagere levensverwachting en kunnen dus nooit zo lang van een pensioen leven als mensen met een hoger inkomen.

Een rechtvaardiger verdeling tussen betalen en innen van pensioenrechten is eenvoudig. De oplossing is:
mensen met lichamelijk zware beroepen eerder met pensioen laten gaan dan de mensen met een beroep onder betere arbeidsomstandigheden.

 

herstel welvaartsvast pensioen en verlaagde premies ?
geen probleem

 

    dekkingsgraad pensioenfondsen in %

 

     vermogen

 

2004

2005

2006

  begin 2007

  half 2007

       half 2007

ABP

121

120

133

134

149

€ 215.000.000.000

PGGM

117

118

133

134

153

€   86.000.000.000

PMT

 

120

135

138

153

€   33.000.000.000

PME

119

123

129

128

136

 

De pensioenkamer van de Nederlandse Bank stelt een dekkingsgraad van 125% als minimum. De grootste pensioenfondsen -(semi-)overheid en metaal- zitten daar ruim boven, dus kunnen de pensioenen weer welvaartsvast worden uitgekeerd. De premies waren verdubbeld tussen 2002 en 2006. Nu kunnen die premies omlaag.  Hoe lang wordt er nog getreuzeld?
                                                                                                                                   
                                                                                                                                      juli-07

Lees verder hoe in 2001, na het leeglopen van de aandelenhype, de pensioenen van miljoenen mensen veel minder waard bleken dan zij dachten, doordat de werkgevers de pensioenpotten hadden geplunderd. (48-1 pensioenroof)
Of ga door naar: 
34 cao eisen en resultaten FNV