terug naar: economie en loon, een handleiding of naar inhoud

                                                                                           

krediet chaos                                                                                                                       58-1
d
e Griekse tragedie

Wat heeft het Griekse schuldenprobleem of de verwante euro crisis te betekenen?

  1. Speculanten zijn vanaf zomer 2009 tegen het in stand blijven van de euro gaan speculeren. Om te proberen wat er met dit spel te verdienen valt.
  2. De regeringen van de eurolanden maken zich waanzinnig druk om de belangen van kapitaalverschaffers. De daarvoor ingrijpend verlaagde levensstandaard van de bevolking in het eurogebied wordt  als onvermijdelijk afgedwongen. De bevolking van Griekenland, Ierland en Portugal wordt nog veel zwaarder verarmd.
  3. De veroorzaakte financiële wanorde wordt propagandistisch gebracht als economische crisis zodat een rookgordijn is opgetrokken waarachter een federatief Europese regering verder wordt doorgedrukt in één-tweetjes tussen Duitsland en Frankrijk.
  4. Als onderdeel van de Europese federatie worden de arbeidsvoorwaarden in het eurogebied uitgekleed, gestandaardiseerd en dwingend in handen gelegd van technocraten.


1 miljard wat moet je je daar bij voorstellen?
 1 miljard is evenveel als wat 1.000 geschoolde mensen gedurende hun
hele leven bij volle werktijd aan loon krijgen.

tot half september 2011 door Brussel goedgekeurde steun -leningen en garanties- van EU landen aan het internationale financieringswezen:

   4.500.000.000.000,-        uitgeschreven heet dat 4500 miljard euro

van die steun kunnen ook 4½ miljoen mensen levenslang onderhouden worden
dat is evenveel als bijvoorbeeld de hele bevolking van Ierland

 

onbetaalbare schulden
Eigenlijk is Griekenland failliet als het een bedrijf was geweest. Ierland en Portugal ook. Maar ja, een land gaat niet failliet. Want een landsregering kan geld bijdrukken, de bevolking voorzieningen afnemen en extra belastingen opleggen.
Dat geld bijdrukken kan een zelfstandig land binnen de Eurozone niet meer. Wel is er steun aan een land in financiële problemen mogelijk, maar daarin is bij het opstellen van de muntunie in 1999 niet voorzien. De Europese monetaire unie is namelijk geen politieke eenheid. Worden schulden van Eurolanden wel overgenomen door andere Eurolanden, dan zijn we een politieke Europese federatie binnengerommeld zonder dat daarvoor ooit een politiek besluit op nationaal nivo is genomen.

Via het Europees noodfonds EFSF en de IMF zijn hoge leningen en garanties verstrekt  aan Griekenland, Ierland en Portugal. De bedoeling daarvan is dat die landen daarmee hun staatsleningen op tijd terugbetalen. Banken, verzekeringsbedrijven, pensioenfondsen en andere beleggers in binnen- en buitenland hadden die staatsleningen ooit gekocht als belegging om daar winst op te behalen.

Zodra een staat die schuld of een deel daarvan niet terugbetaalt -het afstempelen- lopen beleggingsinstellingen  verlies op. Daardoor gaat hun aandeelhouderswaarde achteruit en ontvangen die aandeelhouders een lager rendement dan verwacht. Ook houders van de bedrijfsobligaties van dat bedrijf kunnen een tik krijgen. In zo'n geval daalt de beurskoers van die bank of verzekeringsmaatschappij.

Nederlandse pensioenfondsen hebben het verlies op problematische staatsleningen allang in hun boeken verwerkt. Daartoe zijn ze verplicht. Veel internationale banken en verzekeraars hebben een deel van hun bezit aan problematische staatsleningen al in de loop van 2011 verkocht.

De opkoop door de ECB van staatsleningen van probleemlanden op de tweedehandsmarkt is bedoeld om de waarde van die staatsleningen op de wereldkapitaalmarkt hoog te houden opdat het verlies voor beleggers laag zal blijven.
Van deze ECB aankopen komt 6,2% voor Nederlandse rekening.

De staatsleningen oftewel staatsobligaties van Griekenland en Portugal werden in de loop van 2010 voor een steeds hoger rentepercentage uitgegeven. Op 11 juli 2011 gaf Spanje een lening uit voor 4,87%. Terwijl Duitsland kon lenen voor 3,2%.


            bron: FD / Bloomberg

Op de tweedehandsmarkt van staatsleningen werd een steeds hogere korting op de nieuwprijs verlangd. Daarmee had de verkoper zijn verlies genomen. En de nieuwe eigenaar -meestal een commerciële partij- heeft  zo het risico op wanbetaling in zijn prijs verrekend. Omgerekend stijgt daarmee de rente voor de nieuwe eigenaar. Zo berekend kwamen in juni 2011 Griekse staatsleningen ver boven de 28% rente uit.

beleggen zonder verlies
In de vrijemarktideologie is het overbodig dat regeringen en de ECB ook nog eens die staatsleningen van beleggingsinstellingen opkopen op kosten van de bevolking om een waardeverlies te voorkomen voor de "markt". Die markt bestaat uit vooral banken en verzekeraars en uiteindelijk hun aandeelhouders.

In de hoogte van de rente was immers de mogelijkheid van wanbetaling al verrekend. Met dat de Europese regeringen het ondernemersrisico overnemen van beleggers, bieden zij die beleggers een kansspel zonder nieten: eerst wel verhoogde rente inkomsten toestaan,  en daarna bij mogelijke wanbetaling een volledige vergoeding garanderen.


   Overheveling van inkomsten van bevolking naar beleggingsinstellingen en hun
           aandeelhouders.

  
  
ECB heeft in juli 2011 ca. 50 miljard Griekse staatsschuld opgekocht.
   Eind september is dat samen met Italiaanse en Spaanse staatsschuld 160 miljard.

   IMF en Eurolanden hebben Griekenland 110 miljard uitgeleend.

   D
at wordt allemaal opgebracht door de bevolking van het Eurogebied, alleen het IMF deel is
          nog breder gespreid.

   Natuurlijk willen banken en verzekeraars geen vrijwillige afwaardering van de Griekse
   staatsschulden. Dat zou verlies betekenen, terwijl de huidige steun dikke winst
          garandeert.

Wanbetaling op een staatslening legt de schade precies waar die hoort te liggen: bij de belegger die vrijwillig het risico heeft genomen die lening te verstrekken.
Maar de feitelijke machtsverhoudingen liggen duidelijk anders. De vrije markt ideologie wordt alleen aangehangen zolang dat voordelig is.

bevolking de klos
Waarover op de ministeriele topontmoetingen niet gepraat werd? Dat Grieken, Ieren en Portugezen recht hebben op een menswaardig leven en fatsoenlijk loon. Nee, inplaats daarvan vinden Europese ministers het normaal dat de Griekse, Ierse en Portugese bevolking moet opdraaien voor het potverteren door banken en belasting ontduikende multinationals. En daarbij niet te vergeten iedereen die daar weer van profiteert.

De steun van de Europese landen aan Griekenland, Ierland en Portugal is daarmee absoluut geen steun aan de bevolking van die landen. Het gaat om een vergoeding aan beleggers in staatsleningen voor de opgelopen waardevermindering. Die beleggers zitten vooral in de noordelijke EU landen en de USA. De profiteurs zijn uiteindelijk de aandeelhouders in banken en verzekeraars. Verder beleggen pensioenfondsen en beleggingsclubs vrolijk mee.

 
     Leningen aan de Griekse staat, stand april 2011, door particuliere banken uit de volgende landen:
                    Frankrijk 59,4 mrd
                    Duitsland  40,3 mrd
                    Engeland  12,7 mrd
                    Portugal                       10,7 mrd
                    Ierland       8,5 mrd
                    USA        7,1 mrd
                    Nederland   €   4,6 mrd
                    België   €   2,1 mrd
                    Spanje           1,2 mrd

   
  Voorzover het om banken gaat, lijken de dure leningen aan Griekenland via het Europese steunprogramma
     vooral bedoeld om Franse en Duitse banken overeind te houden. Dus de bevolking uit alle euro landen moet
     zich opofferen om vooral banken binnen de Franse en Duitse politieke netwerken overeind te houden.

     Van de totale Griekse staatsschuld zit 13% bij Griekse banken; 17% bij buitenlandse banken;
     andere beleggers houden 34%; overige 32% wordt gehouden door ECB, IMF en EU landen.

Daarnaast  zijn speculanten actief die juist geld gaan verdienen zodra de staatsschuld niet voor de volle mep wordt terugbetaald. Zij hebben verzekeringen gekocht tegen wanbetaling op staatsleningen en gaan dus geld verdienen zodra er sprake is van wanbetaling. Deze speculanten doen er alles aan om onrust te zaaien opdat ze hun doel bereiken. Daar krijgen op hun beurt handelaren van financiële instellingen die dergelijke verzekeringen verkochten pas echt de zenuwen van.

En wat gebeurt er nu als de Ierse, Portugese en Griekse bevolking de schuldenberg niet kan aflossen? Dan wordt de rest van de openstaande rekening van de Europese steunprogramma's verhaald op de bevolking van de andere Eurolanden.


   Serieuze steun aan Griekenland door de andere eurolanden? Dat is hogere lonen gaan
                   
betalen in eigen land. Dus ook in Nederland.
  
Raar idee?
  
Nee hoor, volgens de mechanistische redeneringen van het VNO en vrije markt
                    ideologen
neemt door loonsverhoging in Nederland het concurrentievermogen
                    van Griekenland toe.
   Daarmee dus ook de groei van de Griekse economie.
   Precies dat helpt de Grieken, want alleen met een spectaculair hoge  economische
                    groei kan Griekenland ooit de  onvoorstelbaar grote opgedrongen staatsschuld
                    terugbetalen.


leningen geen gunst
De Europese steunleningen aan Griekenland, Ierland en Portugal gaan voor een relatief hoge rente, in juli 2011 tot aan 5,8%. Die rente blijft een extra last boven op de terugbetaling van de staatsschuld. De bevolking van de gesteunde landen moet dat allemaal ophoesten.
Voor Ieren, Portugezen en Grieken zijn inplaats van commerciële bedrijven nu andere EU staten schuldeiser geworden.

Financiële puinhopen zijn geen natuurramp, maar mensenwerk. De chaos die zich verrijkende aandeelhouders en daarmee sympathiserende nationale politici hebben veroorzaakt, lossen IMF, Europese ministers en ECB op door de bevolking van die landen drastisch te verarmen. Op grond van oppervlakkige noties -ontleend aan mechanistisch economische  modellen- worden die maatregelen afgedwongen.  Het gevolg is dat in Ierland en Portugal veel jonge mensen geen toekomst meer zien en nu wegtrekken.
Zij verlaten hun land om betere mogelijkheden te zoeken in het buitenland.

Hoe hoger de staatsschuld en hoe hoger de rente van de "hulp", hoe kleiner de kans wordt dat de Griekse, Ierse of Portugese  bevolking ooit de schuld en de rente kan terugbetalen die hun regeringen is aangegaan. Loonsverlagingen, massaontslagen, pensioenkortingen,  bezuinigingen en privatiseringen zullen daarvoor nooit genoeg zijn. Ook niet als de bevolking tot bittere armoede en hongersnood wordt gedwongen. Alleen bij een ongelooflijk stevige, nooit eerder vertoonde economische groei kunnen de leningen afbetaald worden. Maar een economie kan niet groeien als de bevolking verarmd wordt en de infrastructuur vernield.

belastingconcurrentie
De snel gestegen staatsschulden van de eurolanden zijn veroorzaakt door een ongekend ruimhartig schadeloosstellen van de aandeelhouders van banken en verzekeraars bij het uitbreken van de krediet chaos in september 2008. De koersen van die bedrijven kelderden en er vielen enkele ook echt om.

Eigenlijk is het zo dat aandeelhouders -voor een groot deel andere bedrijven- alleen bij aandelenverkoop op korte termijn verlies lijden. Alleen bij faillissement zijn aandeelhouders hun belegging kwijt. Andere belanghebbenden zoals obligatiehouders, hebben altijd hun volle vergoeding gekregen.

In Griekenland komt daar bovenop een voortwoekerenden politieke corruptie waardoor bedrijven -daaronder veel rederijen- tientallen jaren ruime belastingvrijstelling genoten en bovendien stevige staatsubsidies opgestreken. Bij toetreding tot de euro heeft de toenmalige Griekse regering de statistieken getrukeerd met behulp van kapitaalconstructies bedacht door Goldman Sachs.
In Ierland stond de regering garant voor banken met een balanstotaal 10 keer zo groot als de landseconomie, zonder deugdelijk toezicht, terwijl deze banken zonder enig onderpand tot 120% leningen verstrekten.
Naast de verhoogde staatsschuld lijdt Portugal al heel lang aan een stagnerende economie.

De laatste tien jaar hebben de regeringen van ook deze landen zich uitgesloofd om de winstbelasting voor bedrijven te verlagen. Het gevolg van deze langjarige internationale belastingconcurrentie is dat bedrijven nu grotendeels gevrijwaard blijven om de staatsschulden te lenigen. (42 werkgelegenheid)

Om een beeld te geven staan in onderstaand staatje de formele tarieven voor winstbelasting. Heel gebruikelijk is dat multinationals geholpen door internationale belastingverdragen de werkelijk betaalde winstbelasting tot onder de 1% weten te moffelen -bijvoorbeeld door die via Nederland en de Bahama's te laten lopen-.

           
    belastingconcurrentie vennootschapbelasting formeel tarief    
    in % 1982 1990 1998 2004 2006 2007 2011
    Nederland 48 34,5 34,5   30 25,5 25
    Engeland 52 32 30   30   23
    Frankrijk 50 34 41   35    
    Duitsland 62 58 51   38    
    EU 15 landen 50 45 37   29    
    nieuwe lidstaten EU     30   19   15
    Slowakijë       19     19
    Letland       15     15
    Litauen        15     15
    Hongarijë       15     15
    Ierland        12,5     12,5
    Cyprus       10     10
    Estland       26 - 0     26  - 0
               

             In Nederland is de belasting voor de hoogste inkomens in loop der
             jaren verlaagd. Deels ook door allerlei vrijstellingen te geven, of bijvoorbeeld een
             maximum premieinkomen te stellen. Nog veel voordeliger is de hypotheekrenteaftrek,
             waarin Nederland uniek is.
            
Het is nooit genoeg, dus stelt de regering Rutte als proefballon voor om een vlaktaks
             in te voeren en één uniform btw tarief, waardoor de belasting voor vermogenden
             drastisch verlaagd en voor minimuminkomens aanmerkelijk verzwaard wordt.

solvabiliteit
De centrale Europese bank ECB treedt vooral op als verdediger van de belangen van de financiële sector . Pro euro politici maken zich meer zorgen over het vertrouwen in de Euro bij beleggers. Eind 2008 hebben de verschillende Europese regeringen al heel veel
financiële instellingen in Europa met staatssteun door de kredietchaos gesleept.
Sommige banken konden zelfs geen 3% van de uitstaande verplichtingen meer met eigen kapitaal dekken. Het garantievermogen van die financiële instellingen is toen met staatsgeld opgevijzeld. Natuurlijk hadden de aandeelhouders zelf voor die kapitaalversterking moeten zorgen, maar regeringen laten zich nu eenmaal heel makkelijk overhalen om het ondernemersrisico van grote bedrijven over te nemen. (58 kapitaalchaos)

In Nederland zijn ING, Aegon, Leaseplan, Achmea, SNS en NIBC boven water gehouden. Het restje ABNAmro uit de Fortis boedel is daarboven zelfs genationaliseerd.
Daarnaast zijn er nog 172 miljard aan garanties verleend die nergens in de
verantwoording van de overheidsfinanciën vermeld worden.

Miljarden euro's zijn aan de banken overgedragen.  Met die staatssteun zijn uiteraard de staatschulden hoog opgelopen.      


bron:FD
een hoge staatsschuld hoeft nog geen faillisement op te leveren: Japan noteerde meer dan  230%

De ministers van Financiën zeggen in 2011 te vrezen dat zodra sommige eurolanden hun staatsschuld niet meer kunnen terugbetalen, het vertrouwen bij beleggers in de hele euro zal zijn verdwenen. Met als bijkomend gevolg weer hogere financieringskosten voor alle eurolanden. Dus proberen de ministers de euro te redden door noodleningen via de EFSF te verstrekken aan Europese staten die alleen nog voor uitzonderlijk hoge rente leningen kunnen afsluiten op de wereldkapitaalmarkt.

Anderzijds ondervinden diezelfde politici de druk van kiezers die niet willen opdraaien voor politiek wangedrag van voormalige Griekse regeringen. Dat kiezers de noodzaak niet inzien om de tegenslag van aandeelhouders in financiële instellingen te vergoeden, is begrijpelijk. Maar de mediapropaganda is dat de meeste kiezers bang zijn dat hun rijkdom wordt weggegeven aan luie Zuid-Europeanen. Deze vervalsing verleent de ECB en Europese ministers van financiën de ruimte om elkaar maandenlang de hete aardappel toe te schuiven over wie de verantwoordelijkheid heeft voor steun- en noodmaatregelen. Ook hoe die maatregelen eruit moeten zien. Kennelijk heeft een oplossing voor de bevolking in de landen met hoge staatsschuld geen hoge urgentie.
Met grote energie wordt ondertussen in alle eurolanden een ingrijpend programma doorgedouwd om rijkdom van de bevolking over te hevelen naar internationale financiers en eenieder die daar belangen bij heeft. (61 bestaansminimum)

Leningen aan Griekenland worden onherroepelijk ooit geherstructureerd. Dat wil zeggen, ooit wordt besloten de schuld niet meer helemaal terug te betalen. Domweg omdat het toch onmogelijk is. Afwaardering met 50% tot 70% kan reïel zijn.
            In de tweede week van augustus 2011 werd de Griekse tienjaarsstaatslening  al voor 58% van
            de nominale waarde doorverhandeld.

Verbetering van de Griekse staatsbegroting zonder de staatsleningen ten dele af te stempelen is een illusie. Zulke verliezen zijn voor beleggers ook absoluut niet schokkend, dat hoort nu eenmaal bij wie in staatsschuld geïnvesteerd heeft. Uitstel van herstructurering van de staatsschuld kan hooguit een ordelijker verloop dienen. Het probleem voor de ministers van Financiën is hoe die herstructurering door te voeren zonder dat ratingburo's (Moody's, S&P, Fitch) het bestempelen als wanbetaling, omdat daarmee de gevraagde rente voor staatsleningen omhoog gaat. Maar vooral niet de ISDA, die bepaalt of er uitbetaald moet worden op verzekeringen tegen wanbetaling.  

Hoewel er schattingen circuleren, is onbekend hoeveel Griekse staatsobligaties er precies bij welke internationale beleggers zitten. Het gevolg is dat bankinstellingen weer terughoudender zijn geworden met uitlenen aan andere banken. Tegelijkertijd is er een levendige handel ontstaan in het verzekeren tegen wanbetaling van Griekse staatsschulden. Bijvoorbeeld pensioenfonds ABP gaf zulke cds'en (credit default swaps) uit.

liquiditeit
De ECB voerde na 2008 het beleid de geldmarkt te verruimen door de rente laag te houden, leningen tegen lange looptijd aan banken te verstrekken en twijfelachtige onderpanden op te kopen. Het doel daarvan was de kans te verkleinen dat de kredietverlening vastloopt. Dat stil vallen kan gebeuren doordat banken als kuddereactie voor enige tijd geen geld meer willen uitlenen zolang ze niet zeker zijn van terugbetaling.
Het grote risico van geldverruiming is echter een snel oplopende inflatie. Dus koopkrachtdaling voor de bevolking.
In 2011 haalt de ECB deze zelfde maatregel weer van stal.

De ECB is als de dood voor de gevolgen voor de financiële sector van de waardering door kredietbeoordelaars: de commerciële Amerikaanse ratingburo's. De ECB wil voorkomen dat banken door boekhoudkundig gedwongen afboeking op staatsobligaties in liquiditeitsproblemen komen. Daarom kocht de ECB Griekse, Ierse en Portugese staatsobligaties op. De ECB is daarmee de belangenbehartiger van de financële sector en laat zich door de ratingburo's opjagen.

Begin augustus 2011 werden echter ook staatsleningen van Italië en Spanje opgekocht. Daarmee begaf de ECB zich op het politieke vlak.


          Ratingburo's S&P, Moody's en Fitch beoordelen de kredietwaardigheid van bedrijven en
          staten. Wat de betrouwbaarheid is van beoordelingen door zulke commerciële bedrijven
          blijft helemaal de vraag. 

          In 2008 zagen deze ratingburo's  het onvermijdelijk ineenstorten van de hypotheekmarkt in de
          USA niet aankomen na de eerdere verbazend hoge toenname van hypotheken.
          Ook herkenden zij niet het grote gevaar dat de balansen van de IJslandse banken in korte tijd
          toenamen tot negen keer groter dan de garantstaande economie van IJsland zelf. Ook de
          dubieuze achtergrond van sommige eigenaars van deze banken is helemaal over het hoofd gezien.

Deze commerciële ratingburo's en de ISDA beoordelen of een Europese regeling neerkomt op wanbetaling of niet en  verschaffen daarmee het excuus voor verplichte herwaardering.
Zo ja:

  1. De cds'en (verzekeringen tegen wanbetaling) moeten dan uitbetaald worden, dat heeft  herverdeling van kapitaal tot gevolg. Jammer voor de uitgevers van die cds'en. Maar daar hebben ze wel een forse premie voor ontvangen en uitbetaling hoort bij het ondernemersrisico. Volgens de Amerikaanse datumbank DT&CC staat er voor
    69,5 miljard uit. Bij het Lehman fallisement ging het om ongeveer 300 miljard.
  2. Banken moeten hun bezit aan de bewuste staatsobligaties naar de marktwaarde afboeken in plaats van de aankoopwaarde zoals tot nu toe, ze moeten dus verlies op de balans nemen;
  3. ECB mag de bewuste staatsleningen niet meer als onderpand accepteren.
  4. Het bezit aan staatsleningen van als wanbetaler aangemerkte landen bij het ECB wordt  afgewaardeerd. De centrale banken van eurolanden moeten dat aanvullen. Het verlies wordt dus naar rato opgehoest door de bevolking van de euro landen. De Nederlandse bevolking draait op voor 4% hiervan.

De ECB en regeringen laten zich niet alleen door de ratingburo's opjagen. Ook speculanten dragen daar stevig aan bij. Ook al houden de Europese Commissie en de ECB vol dat er geen aanwijzingen zijn dat er gespeculeerd wordt tegen de euro.

moeizame besluitvorming wakkert speculatie aan
Europolitici, financiële instellingen, ratingburo's en ECB gijzelen elkaar met de voorspellingen en angst voor de gevolgen van Griekse wanbetaling. Wat zal er gebeuren als financiële instellingen en hun aandeelhouders bij wanbetaling hun schade niet vergoed krijgen? Of juist wel?

Nogal opgeklopte opwinding, want wanbetaling is bij overheden heel gebruikelijk. Na 1950 kwam dat wereldwijd minstens 120 keer voor.

             Denk maar aan de laatste herstructurering van schulden van Mexico, Thailand, Zuid-Korea,
                 Indonesië, Argentinië, Rusland, Turkije.
     korting op schulden
             1999 Pakistan - 30%
             1999 Rusland - 60% tot - 70%
            1999 - 2000 Oekraine - 28% tot - 56%
             2000 Ecuador - 30,9%
             2003 Uruquay - 10%
            2001 - 2005 Argentinië - 75%


   Als gepraat wordt over dreigende besmetting van meer eurolanden door de Griekse
              schulden problematiek, waar hebben we het dan eigenlijk over?
  
Griekenland  beslaat slechts  2% van het bbp van de Eurozone
  
Griekenland, Ierland en Portugal samen 6%van het  bbp van de Eurozone

 
De in 2011 maandenlang voortslepende onduidelijkheid over hoe ver de ministers van de eurolanden zouden gaan met verdediging van de euro, bood ongekende mogelijkheden om te speculeren tegen de euro. Net zoals George Soros dat in 1992 zeer winstgevend organiseerde tegen opgaan van het Britse pond in de EMU.

Na 2009 gingen speculanten er op grotere schaal toe over om te gokken op wanbetaling op staatsleningen door Griekenland. De bedoeling was zo af te dwingen dat bijvoorbeeld de cds'en -een vorm van verzekering tegen wanbetaling- uitbetaald moesten worden. De truc van speculanten is wel die cds'en te kopen, zonder de onderliggende staatsleningen te bezitten.
          Begin mei 2011 lag het rendement op doorverhandelde Griekse tweejaarsleningen gelijk aan
          een rente van 26,7%.

Financiële speculanten voerden in juli 2011 de druk op door op de veilingen van Italiaanse en Spaanse tienjaars-staatsleningen uitsluitend voor rentes boven de 6% in te schrijven. Politici interpreteerden dat als een besmetting die het Europese steunfonds meer zou gaan kosten dan men bereid was te garanderen. De ECB kocht daarop begin augustus zelfs Spaanse en Italiaanse leningen op uit de markt.


   Het probleem voor de Europese ministers van Financiën komt daaruit voort
   dat alle landen in dezelfde muntunie zitten, de euro.
   Hadden Griekenland, Portugal en Ierland ieder hun eigen munt gehad, dan
   zouden die kunnen devalueren ten opzichte van de Euro, waarmee een
   groot deel van het probleem zou zijn opgelost.
  
Zo heeft IJsland de bankfraude grotendeels monetair recht gestreken.

   Deze monetaire politiek is binnen de eurozone niet mogelijk. De landen in
   problemen moeten ergens het geld vandaan schrapen waarmee ze eerder
   de banken, andere bedrijven en vooral hun aandeelhouders gesteund hebben.
  
Privatiseren van overheidsbedrijven kan verlichting brengen. Maar bij  zo'n
   gedwongen verkoop zal de opbrengst relatief gering zijn.

   De regeringen weigeren de bedrijven en hogere inkomens zwaarder te
   belasten. Niet alleen de regeringen, ook de ECB en de meeste economen
   kiezen de makkelijkste weg, de bevolking wordt gedwongen er voor op te
   draaien.
   Dus komen de lasten terecht bij de slechter betaalden. Dat gebeurt met
   loonsverlagingen, verhogen van de btw, massaontslagen, verlagen van
   pensioenen en verschralen van alle voorzieningen.

Het spelletje van speculanten met de staatsschulden binnen de eurozone is op twee manieren te stoppen.

  1. Verhoging van de garanties voor het noodfonds EFSF zo hoog dat speculatie tegen de euro geen zin meer heeft. Daarvoor zou de inleg in het EFSF minstens van  440 naar zo'n 1.500 miljard moeten gaan.

Voor dit kapitaalrisico bestaat onder de bevolking in veel eurolanden geen politiek draagvlak.

   2.    Inplaats van at ieder land eigen staatsleningen uitgeeft, zouden europese
          leningen, gegarandeerd door alle eurolanden, -de zogeheten eurobonds- het
          onmogelijk maken dat er per euroland verschillende rentepercentages worden
          gevraagd voor staatsleningen

Het bezwaar van regeringen in landen zoals Nederland en Duitsland is vooralsnog dat dan het rentetarief voor staatsleningen van deze landen licht zal stijgen, terwijl eurolanden die nu in de problemen zitten een veel lagere rente krijgen dan op dit moment. Daarom wordt als tegenprestatie voor deze subsidie van alle eurolanden naleving van de  begrotingsdiscipline geëist. Met een centrale controle daarover. Maar in veel eurolanden bestaat voor zo'n vergrote europese macht ten koste van de nationale autonomie te weinig politiek draagvlak. Bijgevolg hebben speculanten vrij spel.

          De Europese aandelenbeurzen zakten in de 2 weken van eind juli en begin augustus 2011.
          Naar men aanneemt was dat een reactie op de onzekerheid over het Europees beleid ten
          aanzien van de staatsschulden. Daarbij kwam de politieke onbestuurbaarheid van Italië en de
          USA.

         
Wrang is dat wat op papier in 3 weken op de Europese beurzen verdampte aan
          aandeelhouderswaarde, het grootste deel van de staatsschulden van Ierland, Griekenland en
          Portugal had kunnen dekken. Dus zonder dat de Ierse, Griekse en Portugese bevolking
          daarvoor hoefde te bloeden.

         
Overigens betekende dit verlies op aandelen niet veel anders dan dat het onttrokken kapitaal
          anders belegd werd. Bijvoorbeeld in grondstoffen zoals goud, zink en koper
(56 grondstoffen). Of
          in andere valuta zoals Zwitserse franks en Japanse Yens
(49 valuta) .

steunpakket Griekenland
Het voorgestelde extra steunpakket van 109 miljard voor Griekenland van 21 juli 2011 was bedoeld om de sterk wisselende rentekoersen op de internationale financiële markten te dempen. De looptijd van de driejaarsleningen à 5,8% zou dan vermoedelijk verlengd kunnen worden naar 15 tot 30 jaar à 3,5%. Maar of het IMF meedoet bleef onduidelijk. De Nederlandse garantstelling aan het Europese noodfonds EFSF ging eerder al van 26 miljard naar 55 miljard. Door de onduidelijke afspraken is het best mogelijk dat dit zal oplopen tot  70 miljard of zelfs 100 miljard.


   kapitaalvlucht

           Sinds begin 2010 is 50 miljard of 21% van de deposito's bij
                      commerciële Griekse banken weggehaald.
           Het gaat voor een klein deel om spaargeld dat opgenomen is om in
                      levensonderhoud te voorzien.
           Voor het grootste deel is het geld overgeheveld naar het buitenland
                     om de ineenstorting van Griekse banken voor te zijn.
           Het kapitaal trekt weg, de bevolking blijft achter met de economische ravage.

 

Een oplossing voor de Griekse bevolking biedt dit alles niet. In tegendeel, zij is het slachtoffer van het voortdurend wanbeheer. Voor bewoners van andere Euro landen bestaat er ook geen duidelijkheid over hoe hoog de risico's zijn die zijn aangegaan. Regeringen en ambtenaren stellen dat alles nog moet worden uitgewerkt. De vraag is of de Nederlandse regering eigenlijk zelf wel weet waar ze mee heeft ingestemd. Premier Mark Rutte gaf daar alvast geen blijk van door in een persconferentie 50 miljard aan private bijdragen aan de verkeerde kant van de streep te boeken.

(Naschrift: op 6 oktober 2011 ging de Tweede Kamer in meerderheid akkoord met verhoging van de Nederlandse garantie aan het EFSF van 55 miljard naar   98 miljard, ondanks dat er geen enkele opheldering is verschaft over wat het beleid zal zijn tenaanzien van steun aan eurolanden of particuliere banken)

Er wordt nu weliswaar hoog opgegeven over een slordige 50 tot wel 106 miljard als vrijwillige bijdrage van de banken en andere financiële instellingen. In de praktijk blijft dat bedrag een slag in de lucht, omdat er slechts vage toezeggingen zijn en het hooguit zal gaan om herfinanciering van al bestaande leningen.
Het risico van de nieuwe leningen is via het noodfonds EFSF helemaal terecht gekomen bij de eurolanden die, als het misgaat, dat risico zullen verhalen op hun bevolking. De Nederlandse bevolking staat hierin voor 6,2% garant.

Beleggers en aandeelhouders weten nu dat ze hun geld toch wel krijgen. Dat het niet meer uitmaakt of ze onverantwoorde risico's nemen. Degenen die tegen de euro speculeren voerden al na een week de rentes op Italiaanse en Spaanse staatsleningen weer op. Vervolgens werden geruchten verspreid dat ook Frankrijk en België in betalingsproblemen kunnen komen.

Het nieuwe steunpakket heeft de financiële wanorde niet opgelost. Griekenland werd gedwongen  een nog weer hogere schuld te nemen, zij het voor lagere rentelasten om de oude schuld een beetje te verlagen.
Slechts
het monetaire probleem voor de euro werd tijdelijk toegedekt.

Beleggers wisten al jaren dat het terugbetalen van Griekse staatsleningen moeilijker ligt dan van bijvoorbeeld Duitse. Daarom werd op de Griekse staatsleningen ook een hoger rentepercentage verlangd.  Het risico dat die staatslening voor een deel niet wordt terugbetaald, is dus al ingecalculeerd. Tegelijkertijd werd er na de invoering van de euro wijd en zijd op gegokt dat de koppeling aan de euro betekent dat terugbetaling van leningen aan een willekeurig euroland gegarandeerd is door de landen uit de gehele eurozone. Zo'n willens en wetens genomen gok is nu net het beleggerrisico. En juist dit risico nemen wordt extra beloond met de Europese maatregelen.

EU federatie

Een munteenheid zoals de euro met eigen monetair beleid -door de ECB- is niet goed mogelijk zonder een bestuurlijke eenheid met grip op de begroting en staatsschuld binnen het gehele eurogebied. Bij het instellen van de muntunie is verondersteld dat er geen buitensporige begrotingstekorten of ondraaglijke schuldenlasten zouden ontstaan.

Dus is er geen eurovangnet of euroautoriteit ingesteld. De centrale bank ECB heeft dergelijke bevoegdheden niet en weigerde die rol bovendien. De EU heeft een correctie van deze stommiteit bij de invoering van de Europese muntunie in 1999 steeds voor zich uitgeschoven. Dat gaf alle ruimte aan het eisen van verschillende rentehoogtes voor de staatsschulden van de diverse eurolanden. En in het verlengde daarvan een verhevigde  speculatie tegen de Griekse schulden en de euro zelf.

Het aan de invoering van de euro gekoppelde stabiliteitspact heeft  al eerder niet gewerkt. Dat pact hield afspraken op goed vertrouwen in over de maximale begrotingsoverschrijding met 3% als percentage van het bbp van ieder land afzonderlijk. Bovendien zou de staatsschuld op termijn niet hoger dan 60% mogen liggen.
In  2002, 2003 en 2004 toen het de respectievelijke regeringen in verband met verkiezingen even niet uitkwam, hebben Frankrijk en Duitsland als bepalende landen binnen de eurozone  zich er voor het gemak niet aan gehouden. De andere landen durfden hun nek niet uit te steken om wel sancties te eisen.

Daarmee is de deur wijd open gezet voor regeringen die erop speculeren dat de andere eurolanden wel zullen bijspringen zodra het electoraal of om andere redenen niet uitkomt zich aan het stabiliteitspact te houden. Op hun beurt  zijn daar speculanten weer gretig op ingesprongen.

Wat nu  in de zomer van 2011 op de rol staat, is het optuigen een krachtiger Europese bevoegdheid op het handhaven van de financiële stabiliteit. Dat wil zeggen centraal afgedwongen begrotingsdiscipline. Dat maakt het uitgeven mogelijk van euro staatsleningen die gegarandeerd worden door alle eurolanden.
Zowel de Duitse als ook Nederlandse regering werken daar naartoe, ook al wordt dat voorlopig nog niet toegegeven.

Onder het mom van de versterking van de concurrentiekracht van eurolanden  is verscherpte normering voor alle eurolanden vanuit Brussel als voorwaarde gesteld.
(32 concurrentiekracht) Klinkt zo onschuldig, maar het houdt het terugdringen van de loonkosten in en dus het levenspeil van de bevolking naar het nivo van een ontwikkelingsland.
(61 bestaansminimum)

  • verbod de lonen automatisch te verhogen met de inflatie
  • verplicht verhogen van de pensioenleeftijd 
  • verplichte afbouw van staatsschuld, op te nemen in de grondwet, onvermijdelijk ten koste van sociale voorzieningen
  • gelijktrekken van belastingregimes, te beginnen met die op winsten en de btw,
    en invoering van een belasting op financiële transacties
  • gelijktrekken van het economisch stimuleringsbeleid 

    In dit pakket worden ook grote overschotten en tekorten tussen landen en binnen een land genormeerd. Voor Nederland zou dat ondermeer betekenen stapsgewijze verlaging van de
    hypotheekaftrek en daardoor verlaging van de uitzonderlijk hoge prijzen voor koophuizen. 

In de praktijk betekent dit in Nederland zondermeer het uit handen geven van de  arbeidsvoorwaarden, verlaging van de pensioenen en grotere ontslagvrijheid voor de ondernemers. Het hele sociaal-economisch beleid komt bi eurotechnocraten te liggen.
Met deze voorgenomen standaardisering op Europees nivo wordt de ruimte voor de Nederlandse vakbeweging aangetast. 

conclusie:
             sterke vakbeweging nodig die zich niet de kaas van het brood laat eten
             in onderonsjes met regering en ondernemers

Dit model om verhoogte financiële stabiliteit te garanderen houdt  bovendien een verdergaande politieke federatie in dan waar ooit op democratische wijze toe besloten is. Ondernemersvereniging VNO heeft deze ontwikkeling al toegejuicht als blijk van een  noodzakelijk krachtig leiderschap.
Maar onder de bevolking in de diverse EU landen is precies hier weinig draagvlak voor. Dat bleek eerder al bij de referenda over het verdrag van Lissabon.

Toch, uitgerekend Duitsland en Frankrijk deden in februari 2011 al een voorzet tot deze economische en financiële federalisering met vergaande sociaal-economische konsekwenties. Toen is deze konstruktie nog even in de ijskast gezet als een "vrijwillig" concurrentiepact. Maar vergeet niet dat de vorming van een Europese regering al vóór ondertekening van het verdrag van Maastricht in 1992 op de agenda stond. In de herfst 2011 worden verdere stappen gezet. Het wachten is op een voorwendsel om dit plan als onvermijdelijk door te kunnen drukken.

 

   Europa:

          Voor het eerst na eeuwen al 60 jaar geen verwoestende oorlog in West Europa.
         
Maar de oude tegenstellingen op sociaal economisch vlak zijn gebleven.
         
Een sterke vakbeweging blijft hard nodig.

 
Dus worden we straks met allerlei oneigenlijke argumenten een Europese federatie ingerommeld zonder dat daarover besluitvorming op nationaal nivo zal plaatsvinden.
          Ongeveer zoals de Nederlandse regering hals over kop voor een ongekende en veel te hoge prijs een
          brokje Fortis-ABN Amro heeft genationaliseerd zonder dat daar vooraf mandaat voor was gegeven.
          Achteraf krijg je dan te horen dat het nu eenmaal niet anders kon.

                                                                                                                 aug -11

Lees verder hoe de kredietchaos van 2008 ontstond (58 krediet chaos) en de daarop volgende onwaarschijnlijk grote staatssteun aan financiële instellingen.
òf ga door naar (27 cao ronde)