1. geld bijdrukken om de gaten in de staatsbegroting te dichten
2. prijsverhogingen
3. geldverruiming
Mensen voelen inflatie zodra ze minder kunnen kopen voor hun geld. Ze zien hun boodschappen duurder worden. Voor mensen die slecht betaald worden en dus veel van hun geld wel moeten uitgeven aan eerste levensbehoeften, komt dit het hardst aan.
bijdrukken
In het Westers financieel stelsel is in 1971 de gouden standaard verlaten.
Daarmee werd het voor centrale banken een stuk makkelijker geld bij te drukken.
$ 35. Alle andere Westerse munten waren in een vaste wisselkoers verhouding gebonden aan die Amerikaanse dollar, die daarmee als centrale reservemunt gold. Die verhouding werd slechts af en toe aangepast, meestal doordat internationale handel de ontwikkeling van de betalingsbalans van een landseconomie daartoe dwong, of de kapitaalmarkt rente. Dit systeem beperkte afzonderlijke geldschepping in de aangesloten landen.
Maar de oorlog die de USA in Vietnam voerde was duur en joeg het tekort op de overheidsbegroting op. Om de gaten in de begroting te dichten ging uitgerekend de USA toch zelf geld bijdrukken. Daarmee blies de USA het gouden standaard stelsel in 1971 op. En ook de stabiliteit van het Westers financieel stelsel.
Ineens waren er meer dollars bijgekomen waardoor -omgerekend in de andere munten- de dollar minder waard was geworden. Voor buitenlandse beleggers in Amerikaanse aandelen en staatsschuld verdampte daarmee de waarde van hun investeringen in dollars
Geld bijdrukken vermindert de waarde van een munt en precies dat is inflatie.
zwevende wisselkoersen
Na het verlaten van de gouden standaard ontstond het huidig Westers financieel
systeem met zwevende wisselkoersen.
(49. valuta)
De verschillende valuta worden nu nog maar voor een deel door goud gedekt. Goud
zelf blijft een middel om waarde op te slaan, ook al is het metaal zelf onderhevig
aan een wisselende marktprijs
De centrale banken van de verschillende landseconomieën beïnvloeden nu de wisselkoersen, onder andere door het vaststellen van een beleidsrente. Voor de Amerikaanse dollar is dat de FED -met maximaal 12 bestuursleden-, voor de euro de ECB -met 25 bestuursleden-.
Met het manipuleren van de hoogte van de beleidsrente wordt beïnvloed hoe
interessant het voor beleggers wordt om kapitaal te stallen in het land.
(58-2.kredietchaos 7 jaar later)
Deze beleidsrente gebruiken kapitaalverschaffers weer als bodem bij het vaststellen
van de door hen gevraagde rente met een marge opslag. Daarmee is de prijs
bepaald van leningen, wat invloed heeft op inflatie.
Want hogere rente = duurder kapitaal → hogere prijzen = inflatie.
In het Westers financieel stelsel is het de bedoeling dat centrale banken de waarde van hun munt stabiliseren. Bijvoorbeeld door de inflatie te beperken door buitenlandse valuta te kopen of juist te verkopen om een gewenst evenwicht ten opzichte van elkaar te behouden. Daartoe worden centrale banken geacht in hun monetaire beleid onafhankelijk te blijven, juist van een regering in begrotingsproblemen.
Om toch meer uit te geven dan er binnenkomt, blijft er voor overheden de uitweg
open om staatsleningen uit te geven.
(67. staatsschuld)
Het nadeel daarvan is dat over die schuld marktrente moet worden betaald. Dat kan
bij hoge schulden en hoge rente behoorlijk oplopen.
Om de kosten van aflossing te drukken wordt in het Westen gestuurd op het in stand
houden van inflatie op minstens 2%. Want dat maakt terugbetalen van die schuld
goedkoper. Naar eigen zeggen is dat ook het doel van de ECB.
Zo’n 2% waarde daling per jaar is zeker van belang als de staatsschuld hoog is.
Zoals in 2025 Frankrijk en Italië.
prijsverhogingen
Na de zomer van 2022 werden we overvallen door een gierende inflatie van 10% of
11,6% in één jaar, afhankelijk van de berekening. In de 3 jaar tot 2025 zijn
boodschappen al 20% duurder geworden. In 50 jaar niet meer voorgekomen.
Oorzaak? Vanaf begin 2021 dreven fabrikanten, handelaren en dienstverleners hun
prijzen op. Om hun marges, dus uiteindelijk hun winsten te vergroten.
(11. winst in Nederland)
In 2024 bazuint de bedrijven lobby van VNO (Verbond van Nederlandse Ondernemingen) en AWVN (Algemene Werkgevers Vereniging Nederland) rond dat juist de loonstijgingen de inflatie aanwakkeren. Dit in navolging van ECB (Europese Centrale Bank) en CPB (Centraal Planburo), het regeringsvoorspelbureau.
En toch, dit is niet waar. Van de bedrijvenlobby en CPB een bewuste leugen. Ze keren oorzaak en gevolg om. Want eerst waren er prijsverhogingen en pas daarna werden er cao’s afgesloten om de opgelopen loonsverlaging weer in te lopen.
De fabrikanten verhoogden hun prijzen vanaf 2021. Dat veroorzaakte de gierende
inflatie in 2022. In september dat jaar kwam het uit op 14,5% tot 17,1%. Maar voor
wie van het minimumloon moest rondkomen lag dat op 22,4%.
Dat komt doordat de prijs van de dagelijkse boodschappen voor mensen met weinig
geld veel harder doortikt.
Juist die prijs voor voeding blijkt tot halverwege 2024 nog steeds hoger te zijn
gebleven dan de algemene inflatie cijfers. Volgens de ABN werden boodschappen
in 3 jaar 20% duurder. Dit veroorzaakte voor minstens de helft van de bevolking
een veel groter koopkrachtverlies dan uit de algemene inflatiecijfers blijkt.
En in 2025 -na jaren- is nog steeds de verlaagde koopkracht van de vorige jaren niet
gecompenseerd.
Dat inflatie aangejaagd kan worden door prijsverhogingen komt doordat er altijd slechts een paar bedrijven zijn die dominant zijn in het aanbod en de prijsvorming van noodzakelijke artikelen.
Parallel importen vanuit het buitenland zijn verboden op straffe van uitsluiting. Zo bepalen fabrikanten de prijzen. Hierdoor liggen die in Nederland hoger dan in België, Frankrijk en Duitsland.
Op internationaal niveau gaat dat al net zo. Het zijn slechts enkele grote multinationals die de beschikbaarheid en handel in eerste levensbehoeften beheersen.
De prijs van voedsel en energie op de werldmarkt wordt bepaald door speculanten op
de termijnmarkten van de beurzen in Chicago, Londen, New York en Amsterdam.
95% van de op deze beurzen afgesloten contracten zijn nooit bedoeld om geleverd te krijgen. Ze zijn afgesloten om met het verhandelen van de leveringscontracten te profiteren van prijsverschillen per regio en in de tijd.
Hoe groter de onzekerheid onder beleggers, hoe meer er aan deze speculatie verdiend wordt. Hierbij gaat het om tienduizenden miljoen per dag.
beschikbaarheid
De beschikbaarheid van voedsel en energie ligt in handen van slechts enkele handelaren per sector. Cargill, Bunge, Louis Dreyfus, Archer Daniels Midland, Cofco. domineren de voedselmarkt.
Vitol, Glencore, Trafigura, Gunvor, Mercuria beheersen een groot deel van de handel in olie, gas en olieprodukten.
BHP, Vale, Rio Tinto, AngloAmerican, Glencore beheersen een groot deel van de mijnbouw van kolen en ertsen.
Deze handelaren zijn meestal in handen van families of een kleine groep mensen en leveren weinig transparante of helemaal geen jaarverslagen. Zelf zijn ze ook nog actief op de termijnmarkten.
Een dubbel rol zoals ook grote oliemaatschappijen die beoefenen: Exxon, Chevron, Shell, Total, BP, Conoco, ENI, Sinopac.
Ook regeringen hebben invloed op de prijs. Beleidsmatig doen ze dat bijvoorbeeld
met importheffingen, om concurrerende bedrijven uit het buitenland te benadelen.
Zodra op politieke gronden overhaast verboden worden uitgevaardigd, kan dat voor
een open markt economie -zoals de Nederlandse- verrassend verkeerd uitpakken.
gas
De gasprijs van 2022 is een voorbeeld van prijsopdrijving door een stommiteit vanuit
de overheid.
De Europese Commissie en de Nederlandse regering besloten in 2022 dat er
voortaan geen gas meer uit Rusland mocht worden afgenomen. Voor Nederland nog
wel zonder dat er vervangende leveranciers klaarstonden. En zonder dat er een
buffer voorraad was aangelegd. Daarmee veroorzaakte de Nederlandse regering schaarste in gas.
Prompt sloegen de speculanten op de termijnbeurzen toe. De gasprijs steeg naar grote hoogtes. Om toch nog gas voor verwarming betaalbaar te houden moest de regering hals over kop energietoeslagen voor huishoudens invoeren. Je in je eigen voet schieten, zo noem je dat. (56-1. gas in Nederland)
Alleen op de gasprijs werd stevig gespeculeerd, niet op andere energiebronnen.
De grote speculanten en handelaren verdienden honderden miljoenen aan het gastekort
en droegen daarmee bij aan de prijsverhogingen in 2022.
geldverruiming
Vanaf 2012 bleef geld lenen bij kapitaalhandelaren steeds goedkoper worden. Bij
beleidsmakers wakkerde dit de angst aan voor economische stagnatie en
mogelijk zelfs deflatie.
Boodschappen en andere zaken worden dan steeds goedkoper.
Japan heeft na de 90er jaren lange tijd zo’n periode doorgemaakt.
FED, ECB en andere centrale banken kochten daarom vanaf 2014 tot 2022 massaal staatsschulden op en ook wat bedrijfsschulden. Bedoeld om de geld hoeveelheid te verruimen zodat de economie zou blijven draaien. Daarmee werd kapitaal lenen spotgoedkoop tot soms wel gratis.
Het geld klotste toen nog tegen de plinten aan, maar de toen aangegane leningen moeten hoe dan ook later weer vernieuwd worden, maar wel tegen een veel hogere rente. Dat verklaart voor een deel de prijsverhogingen door fabrikanten en anderen in 2021. En droeg bij aan de inflatie schok van 2022 en waarschijnlijk ook aan de nog langer hoog blijvende inflatie. (58-2 kapitaalchaos 7 jaar later)
conclusie:
weigering contracten te verlengen voor gas uit Rusland
8 jaar lang internationale geldverruiming
belastingen
Belastingen en heffingen worden niet meegenomen in inflatie cijfers. Extra belasting
heffingen zoals de ingevoerde extra heffing voor energietransitie en de geopperde
veiligheidsheffing voor de wapenwedloop, kosten wel degelijk koopkracht, maar dat
zal niet blijken uit de inflatiecijfers.
extreme inflatie
Inflatie in niet Europese landen, is soms veel hoger dan we hier gewend zijn. Voor de
bevolking betekent dat een snelle verarming, want morgen zal alles nog duurder zijn
en geld sparen voor de toekomst heeft geen zin meer, omdat het toch steeds minder
waard wordt.
Suriname 16%, was 59% in 2023
Nigeria 34%
Egypte 35%
Libanon 74%
Turkije van 65% tot 85% al jaren
Argentinië 25% was 109%, met een maand uitschieter van 142%
Venezuela 87% door economische boycot vanuit USA
Zimbabwe rond de 300% was 176%
Blijft de inflatie jarenlang aanhoudend hoog, dan komt een heel groot deel van de
bevolking in bittere armoede terecht. In landseconomieën met vrij kapitaal verkeer
hebben tegen die tijd de vermogenden hun kapitaal allang in het buitenland verstopt
en trokken investeerders zich al veel eerder terug. Met als gevolg een hoge
werkloosheid bovenop de armoede.
Waarop vooral jongeren wegtrekken op zoek naar een beter leven in andere landen.
Zo werkt dat in een kapitalistische economie
ga door naar: (33. inflatie)
